HomeIets over de tegenwoordige afhankelijkheid van de Nederlandsch-Indische rechterlijke ambtenarenPagina 7

JPEG (Deze pagina), 776.71 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 26.22 MB

1*
l i
.
¢ 5
veranderd en verbeterd moge zijn, eene wet, waarbij
" de onafhankelijkheid der rechterlüke macht eenigzins
A is gewaarborgd, bestaat nog steeds niet.
Alleen bepaalt het tegenwoordige regeeringsregle
Q ment in art. 94 dat de president, vice­president en J
leden van het hooggerechtshof slechts met hunne be- *
j stemming in andere ambtbetrekkingen kunnen worden j
overgeplaatst, terwäl zij enkel in de bn art. 95 van "3
j dat reglement uitdrukkelijk genoemde gevallen uit
hunne betrekking ontslagen kunnen worden. jj
De positie der overige rechterlijke ambtenaren bleef
V zoo onzeker mogelijk. Des niettemin hielden ook zij ·Q
zich voor feitelük onafhankelijk, overtuigd als zg ‘
l waren. dat zij, zoo lang zij hunnen plicht deden, geene
T, vervolging hadden te duchten van wien ook, en dat Q
de regeering zelfs elken aanslag op de waardigheid
en op het prestige van het rechterambt ten strengste li
i zoude straffen. f
L De rechterläke ambtenaren, die zoo oordeelden,
steunden op de kracht der liberale beginselen, welke
P l nu ongeveer 25 jaren geleden ook in Indië het bur-
ä gerrecht hadden verkregen. j
Bovendien was bn de behandeling van het regee­
{ ringsreglement onder anderen niet uitdrukkelijk ge-
j zegd, dat de ondervinding - tot eer zoowel der
j rechterlijke ambtenaren als van de regeering in
¥ Indië - had geleerd, dat eene benoeming voor het =
leven niet noodzakelnk was voor hunne onafhanke-
lndheid? En werd later in 1864 bn het voorloopig
verslag der 2e kamer over de begroeting van koloniën
niet vrij algemeen verklaard, dat men aan de zelf-
standigheid der Indische rechterlijke macht nog groo­ E
ter gewicht hechtte, dan aan de zelfstandigheid en
onafhankelnkheid des Nederlandschen rechters? E ii
Op grond van die uitspraken en van zoo menige _ j
andere van gelnke strekking meende de afhankelijke
ii, Indische rechter geen reden te hebben om zich over
j, l
l T
6