HomeIets over de tegenwoordige afhankelijkheid van de Nederlandsch-Indische rechterlijke ambtenarenPagina 19

JPEG (Deze pagina), 775.66 KB

TIFF (Deze pagina), 7.00 MB

PDF (Volledig document), 26.22 MB

17
verleende bevoegdheid om zelf' den landraad te presi­
deeren, gebruik wilde maken. 1) i
Ook die beweering werd voor kennisgeving aange-
nomen. j
De assistent­resident alzoo begrijpende dat zgn ge-
schräf tot niets leidde 2) liet op den dag, voorafgaande ‘
aan dien, waarop in de bewuste twee opiumzaken zitting
zou worden gehouden, den hoofddjaksa (inlandsch
· officier van justitie) zich komen en verbood dezen
met Mr. d. H. zitting te nemen. 3) Dat inlandsch hoofd
begaf zich daarop naar Mr. d. H., die, na van het verbod
van den assistent­resident kennis te hebben gekregen.
zeide, dat hij, president, den volgenden dag zitting zoude
nemen en alle gevolgen, welke de zaak mocht hebben,
voor zijne rekening nam. Tevens echter zeide hij tegen
den hoofddjaksa hem geene bevelen te kunnen en te
willen geven, het aan hem zelven overlatende wat te
. doen.
‘ Bovendien droeg de assistentresident v. S. aan den
1) Volgens dat artikel is de resident, zulks nuttig of noodig oordee-
` lende, bevoegd om in persoon als voorzitter der in zijne residentie ge-
vestigde landraden op te treden. Toen de rechterlijke organisatie tot
E stand kwam, was er echter nog volstrekt geen sprake van afzonderlijke
, rechtsgeleerde voorzitters van landraden. Ten aanzien van door hen
gepresideerde landraden die wettelijke bepaling te willen toepassen, zou
meer dan ongerijmd zijn. ll fout juger les écrits daprès leur date.
2) Ook werd door hem nog een klacht tegen Mr. d. H. ingediend ge-
baseerd op art. 137 strafw. voor europeanen. De officier vanjustitie
gaf echter aan die klacht natuurlijk geen gevolg. Het arikel spreekt
A van terugroeping, ontslag, schorsing, of ontzetting, maar van verl0f_
‘ Bovendien is de vervolging facultatief'. Zie de memorie van toelich-
‘ ting, waaruit blijkt dat de vervolging van het bij dat artikel bedoelde
misdrijf fakultatiet is gelaten, omdat het blijven uitoefenen eener open-
' bare betrekking dikwijls in het kelang van ’slandsdient noodzakelijk
kau zijn.
3) De hoofddjaksas zijn onmiddelijk ondergeschikt aan de residenten,
en, waar afzonderlijke assistent­rcsidenten voor de politie zijn aange- ·
steld, ook aan dezen. Zie art. 56 inl. regl.
2