HomeIets over de tegenwoordige afhankelijkheid van de Nederlandsch-Indische rechterlijke ambtenarenPagina 18

JPEG (Deze pagina), 763.06 KB

TIFF (Deze pagina), 7.00 MB

PDF (Volledig document), 26.22 MB

16
reglement - gaarne zelf wilde berechten, zond hierop
aan Mr. d. H. eene missive, houdende mededeeling in
welke volgorde en op welke dato hij nwaarnexnend
resident" verlangde dat de nog aanhangige overtreding-
` zaken door den landraad zouden worden afgedaan. 1)
De president van den landraad stoorde zich echter
niet aan dat schrijven, hetwelk hij onbeantwoord
liet. 2) .
Daarop volgde weder een schrijven van den assistent-
resident, waarbij deze verklaarde, dat, aangezien de pre- `
sident van den landraad wegens het hem verleende
verlof naar Europa niet bevoegd was dat college te
presideeren, hij, assistent-resident, krachtens art. 93 al.
1 ind. recht. org. als waarnemend president optrad en
dus van dat oogenblik af aan zelf landraad zoude hou-
den. Zelfs werd niet art. 137 strafw. enz. gedreigd.
Ook die missive bleef onbeantwoord.
De assistent­resident gaf echter den moed nog niet
verloren en zond nogmaals eene missive, houdende mede- r
deeling dat hij van de hem bij art. 92 ind. recht. org. l
l) Op dat lijstje kwamen de twee opium zaken, waarvan hier sprake t
is, geheel onder aan voor. De heer v. S. rekende er klaarblijkelijk op,
dat Mr. de H. voor die zaken aan de beurt zouden komen om behan- g
j deld te worden, naar Europa vertrokken zoude zijn en dat hij die dan ‘
als waarnemend voorzitter van den landraad ingevolge art. 93, al. l `
l ind. recht. org. (zie ind. Stbl. 1>476, no. 225) zou kunnen afdoen.
2) Het verlangen van den assistent-resident was te zeer in strijd
met de duidelijke woorden van de wet, dan dat eenige dwaling zijner-.
zijcls denkbaar was. Art. 337 inl. regl. zegt toch zoo duidelijk en klaar j
mogelijk, dat in zaken van overtreding de dag der terechtzitting door ·
mien president mm den lamZmad" wordt bepaald, welk wetsartikel geheel _
in overeenstemming is met art. 47 ind. recht. 0rg.,b.etwelk voorschrijft 4
dat presidenten de orde bepalende waarin de zaken zullen behandeld
worden. De wet werd echter eenvoudig op zijde gezet, omdat de assistent ·
resident de twee bedoelde opiumzaken zelf wilde behandelen. Vaarom‘!
Men leze slechts wat omtrent het ontslag van den ambtenaar is ge- .
schreven door Mr. Vl/inckel, wiens woorden in een der volgende noten
worden aangehaald.