HomeIets over de tegenwoordige afhankelijkheid van de Nederlandsch-Indische rechterlijke ambtenarenPagina 15

JPEG (Deze pagina), 758.04 KB

TIFF (Deze pagina), 6.93 MB

PDF (Volledig document), 26.22 MB

j ’ r · -· ----
• 13
Naar het schünt had hij, om in den geest der l
regeering te handelen, ­- evenals in Indië volgens *
Alg. order van 1869 no. 32 een soldaat, die over eene ‘
A hem opgelegde disciplinaire straf wenscht te recla~ A
meeren, eerst die straf moet ondergaan - zijnen grif~ l
j fier aan ’s residents opdracht gevolg moeten doen I
l geven en zich daarna over die opdracht te Batavia
kunnen beklagen. I
j Dat de resident B. indien zijn prestige benadeeld
was, dit uitsluitend aan zichzelven had te wijten en
dat de president van den landraad Mr. I. die aan ­
sprakelük was voor den goeden gang van zaken bij
·g het college, aan welks hoofd hij stond, zich zou
hebben blootgesteld aan het verwüt, zoo niet erger,
dat hn ongeschikt was voor zijne betrekking, ingeval
hij zijnen griffier als het ware gedwongen had om
znn werk in den steek te laten, dat alles schhnt .
»` den aandacht van de Indische regeering te zgn ont-
snapt.
» Aldus werden twee rechtsgeleerde voorzitters van
1 landraden langs administratieven weg gestraft, omdat
j zij, de een voor het prestige van zijn ambt en de ander
‘ voor de belangen züner jastieiabeten, binnen de grenzen hunner
. wettelijke bevoegdheid, hadden gegverd. En de straf,
Q welke zij daarvoor moesten ondergaan was verre van
i licht. Sedert jaren was geen rechterlijk ambtenaar
tegen zänen zin in eene gelijkstandige betrekking
overgeplaatst en zoo kan het wel niet anders op
j overplaatsingen, zooals die van Mr. P. en Mr. I. -
i waarvan de redenen door de regeering natuurlijk niet
; worden gepubliseerd --- geven het groote publiek
aanleiding om met züne gewone liefderijkheid de be-
Q trokken ambtenaren van allerlei strafwaardige hande-
lingen te verdenken. Zoo worden die ambtenaren I
getroffen in hun eer en goeden naam. Bovendien
treffen hen de niet onbelangrijke onkosten aan eene
l