HomeIets over de tegenwoordige afhankelijkheid van de Nederlandsch-Indische rechterlijke ambtenarenPagina 11

JPEG (Deze pagina), 833.75 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 26.22 MB

j
E V
• 9 l?
l
geering in het gelijk gesteld. Eenige vergoeding
echter voor de hem alzoo onrechtmatig opgelegde il
straf werd hem niet verleend. 1)
-­­- ä
( '1) In plaats van eenige vergoeding te erlangen, trof Mr. P. omstreeks
dienzelfden tijd nog eene andere bestraftlng, welke, voor zoover bekend
j is, niet met het bovenvermelde in verband staat, doch mede aantoont
, hoe de indische regeering somwijlen van rechtelijke ambtenaren tegen
, alle redelijkheid en tegen hunne ambtelijke verplichtingen in, slaafsche j
l onderwerping eischt. Volgens ancienniteit eene promotie moetende I,
maken van f '100 maandelijksch tractement was Mr. P. bij besluit van ·
5 April 1878 no. 'il, benoemd tot de nieuw gecreëerde betrekking van j
president van den landsraad te Palembang. Maanden vooruit had men
• het tijdstip geweten, waarop die nieuwe betrekking moest worden ver- .
, , vuld, maar door onachtzaamheid eerst bij de directie van justitie en
X later bij de algemeene sekretarie te Batavia geschiedde de benoeming
te laat, dan dat de benoemde tijdig van Kediri konde vertrekken om l
op het verlangde tijdstip te Palembang te zijn. Voor die fout der bureau-
cratie moest bedoelde ambtenaar boeten. Per telegram werd hem door i
. den directeur van justitie gelast terstond naar Soerabaia te vertrekken
V om zich onmiddellijk naar Pelembang in te schepen op de daar gereed-
i` liggende stoomboot. Aan dien last te voldoen was Mr. P. onmogelijk-
‘ Wel had hij tijdig te Soerabaia kunnen zijn, hoewel hij daartoe niet j
verplicht was volgens de wettelijke bepalingen, welke den afstand, daags {
door een reizend ambtenaar af te leggen, regelen, maar dan had hij j
P alle zaken bij de landraden te Kediri en Berbek, beiden door hem
voorgezeten, zoo maar moeten laten liggen, tot groot nadeel van de
justiciabelen, wier belangen hem waren toevertrouwd, en bovendien al 5
zijn goederen, waaronder zijn bibliotheek, onverzorgd te Kediri moeten
achterlaten, op gevaar af van een en ander, zoo het hem werd nage- J
zonden, in eenen geheel ontredderden toestand te ontvangen. Zulk een
l bevel wordt dan ook naar het in Indië heerschende gebruik nooit aan l
eenen ambtenaar gegeven, tenzij aan eenen otlicier in oorlogstijd, nog
niet eens bij eene garnizoensverandering in vredestijd. Mr. P. ant-
woordde dan ook per telegram, dat hij onmogelijk zoo spoedig als ver- ‘
langd werd konde vertrekken. Den volgenden dag ontving hij weder
een telegram namens den Gouverneur-Generaal, houdende mededeeling i
dat het diens wil was, dat hij onmiddelijk vertrok. Mr. P. herhaalde ·
hierop zijn vroeger antwoord, onder bijvoeging dat hij, zoo dit noodig
was, de intrekking zijner benoeming moest verzoeken. Die intrekking
werd bij besluit van 15 April 1878 verleend. Voorts werd Mr.P.mede-
ç gedeeld, dat hij gedurende een jaar voor promotie niet in aanmerking
l zou komen en alzoo een jaar lang van de maandelijks hem toekomende
som van M00 verstoken zou zijn.
Na verloop van dat jaar kreeg hij eene der twee te Samarang be- ‘
l