HomeIets over de tegenwoordige afhankelijkheid van de Nederlandsch-Indische rechterlijke ambtenarenPagina 10

JPEG (Deze pagina), 735.07 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 26.22 MB

. 8 . •
hij aan den resident H. en verzocht, onder uiteenzet-
ting zijner bezwaren tegen de vermelde plaatsing
l onder den residentie­secretaris, dat die plaatsing in
l den -vervolge anders mocht geregeld worden, terwül
E hij den resident, ingeval deze in dit voorstel niet {
l wenschte te treden, in overweging gaf de quaestie
l te onderwerpen aan het oordeel der regeering. j
l Eerst na een paar maanden werd door den resident l
op die missive geantwoord en verklaard, dat hij wei- l
gerde de verlangde regeling te maken. Hierop volgde
eene briefwisseling tusschen beide autoriteiten, welke
' vooral van de züde van den resident, wellicht omdat •
j diens brieven door den belanghebbenden secretaris _ ,
werden geredigeerd een vrü scherp karakter aannam. 2
5 Op eene inderdaad eene grofheid inhoudende missive
van den resident, volgde ten laatste ook nog al een
E scherp antwoord en toen richtte zich, ten einde eene ,
beslissing van de regeering te erlangen, de resident I
tot den directeur van binnenlandsch bestuur en de
f landraadvoorzitter tot dien van justitie.
4 Het gevolg was, dat bij besluit van den {ten Mei
1878 no. 23 de landraadvoorzitter Mr. P. zonder te P
zijn gehoord, als zoodanig werd overgeplaatst naar
Toeban.
Niettegenstaande deze overplaatsing als eene straf
werd beschouwd, eene opvatting, welke thans geble- `
ken is allenzins juist te zijn 1), werd bg besluit van
den 14 Mei 1878 no. 2, sedert in no. 3330 van het
bijblad gepubliceerd, bepaald, dat de rechtsgeleerde
voorzitters van landraden bij plechtige bäeenkomsten,
als bü gelegenheid van het inlandsch nieuwjaar en
’s Konings verjaardag, boven den gewestelüken secre-
taris behooren plaats te nemen.
Mr. P. werd dus, na gestraft te zän, door de re- Q
l) Zie het koloniaal verslag van 1879 litt. H, Algemeen burgerlijk
beheer. § (herplaatsingen. j
[4
P