HomeHet voor en tegen van de uitbreiding des Evangelie's onder de Javanen en andere Oost-Indische volkenPagina 20

JPEG (Deze pagina), 710.64 KB

TIFF (Deze pagina), 6.93 MB

PDF (Volledig document), 16.82 MB

I l
C
i l
je te
‘ om hem het Christendom, dat hij , door het voorbeeld van
onzen zcdeloozen wandel, verre van zich werpt,te willen
opdringen , is niets anders dan een hersenschimmig denk­
beeld, dat den voorstanders van het proselitismus­steeds
voor den geest zweeft. Er moet eene geheele hervorming (
I van den Javaan door onderwijs, opvoeding, beschaving
en ontwikkeling der geestvermogens voorafgaan, vóór dat A
* wij kunnen verwachten, dat hij tot het Christendom zal
{ overhellen.
{ De heer Vtmx, dien ik hiervoren bedoel, heeft zich l
meermalen vergist, wanneer hij over Indische zaken han- .
delde , zulks bewijst zijne eigene confessie in het «T§dschri['t
voor Nederlandsch lndië," 1° deel, bl. 178-184, 1851. 1
En waarom? niet omdat het hem aan wetenschap, maar
l aan locale kennis omtrent Indië ontbreekt. Het strekt hem
evenwel tot eere dat hij niet doet als de heeren Snomr
_ TOT OLDHUIS c. s., die als zij eens een denkbeeld hebben
l opgevat, halstarrig aan hetzelve gekluisterd blijven, maar, i
j integendeel zijne dwaling openlijk wil erkennen.
‘ Ook onder de vele schrijvers over Indië, merkt men
er op, die in strijd met zich zelven, à tort et à tmvers ïä
( . over het waarachtig belang (zoo moet het heeten, NB.!!) "
" van den Javaan te velde trekken, de wijze van het bestuur
afkeuren niet uit liefde tot de waarheid, maar enkel uit
( eenen geest van kvvaadwilligheid, en hun stelsel met de l
VCl‘W£3ll<.ll1€l(l mail ifaum de l’esprit, hors nous et nos (
cmzis," willen opdringen. Ook eenige, die Java's gronden T
willen te gelde maken om onze te-korten te dekken (zie E
monster­nota gevoegd bij het verslag der Commissie van (
Rapporteurs over de Staats·begrooting voor het dienst-
, jaar 18130 van den heer Stom TOT Otnums en het
antwoord daarop van den heer G. L. BAUD, alstoen
E {
jl
l