HomeHet voor en tegen van de uitbreiding des Evangelie's onder de Javanen en andere Oost-Indische volkenPagina 17

JPEG (Deze pagina), 723.92 KB

TIFF (Deze pagina), 7.07 MB

PDF (Volledig document), 16.82 MB

i l
i 1
ti
«Om middelen aan te wijzen, waardoor de ambtenaren I
genoopt zouden kunnen worden, om een trouwer gebruik
t van de openbare godsdienstoefeningen te maken. "
Wat helpt het vermeerderde getal predikanten naar
Indië gezonden, wanneer de godsdienstzin slechts schijn- . X
baar, en niet in het hart, van het gros der Europeanen l
ä in Indië, zijnen wortel heeft en zij op het pad der ontucht
á blüven voortwandelen? Wat helpt de toevoer van zende-
t lingen, wanneer hun arbeid vruchteloos is? En wat helpt
het tot stand brengen van onderafdeelingen der mutat-
schappg tot Nat van het Algemeen," wanneer er slechts
flaauwe medewerking van het gros der ambtenaren enz.
te voorzien is. Hoezeer dit eene onbetwistbare waarheid
is, ligt duidelijk opgesloten in de medcdeeling van een"
ooggetuige, die eene dier vergaderingen te Soerabaya in
i December 1851 bijwoonde. Hij zegt: mg (de vergadering)
n gaf althans ook stof genoeg om te treuren over de koel- ‘
heid en onverschilligheid, die er heerschte. Bgna niemand,
die in eenige naauwe aanraking stond met geborduurde kragen,
` toga's of hoeden met pluimen, was op te merken. Wg zochten
, er wel naar, gesteund door de meening « ezonirr nu ct.; zum
VlNDEN;”" wij zochten wel in alle hoeken, onder stoelen
ë en tafels, maar wij vonden niets dan tabaksdaonp, volstrekt ~
niets, dat naar een' ambtenaar rook." (1)
* lk zoude echter te kort doen aan de waarheid , indien
ik geene eervolle uitzondering op de hiervoren vermelde
zedeloosheid maakte. Doch helaas! het getal dergenen , die
in ontucht , wellust en dronkenschap voortleven is te groot,
om te kunnen verwachten, dat zonder eene groote ver-
andering in onzen levenswandel, onze pogingen van kracht
(1) «Ti_idschritt» ineergcm. maand Maart 1852, Varm blz. 243.
l