HomeOpen brief aan Zijne Excellentie Mr. W. baron van Goltstein, minister van koloniën te 's GravenhagePagina 27

JPEG (Deze pagina), 806.67 KB

TIFF (Deze pagina), 6.81 MB

PDF (Volledig document), 21.05 MB

¥
L .... 25 ...
Y
E dat ll doo1· groote handelshuizen van Samarang aan hun
"geëmployeerden tot den geringsten toe, dringend verboden
i nis om eigen aangifte te doen", en zich bepalen tot de
opmerking dat indien dit feit zonder verdere bizonderheden
door den Resident van Samarang is aangevoerd, deze me-
dedeeling al even weinig vertrouwen verdient als het
j overige van zgne verantwoording.
Wat door Uwe Excellentie uit die stukken is aangehaald.
‘ geeft recht om over den geheelen inhoud te oordeelen,
jg en om tegen Uwe Excellentie te blgven volhouden dat de
j bedoelde Commissie zich niet alleen niet nmet de meest
"mogelgke nauwgezetheid van haar taak gekweten heeft",
i maar dat zg een greep in den blinde heeft gedaan, en de
waarborgen die de ordonnancie aan de belastingschuldigen
gaf, en waarop dezen. meenden te mogen vertrouwen, moed-
willig heeft vertreden, door zich geen rekenschap te ge-
l ven van de verplichtingen die de aanvaarding van de op-
gedragen taak haar oplegde. En ook de Regeering van
Q Nederlandsch Indië heeft tot het einde toe de waarborgen
die zg aan het algemeen geschonken had, ten opzichte
van Samarang’s handel miskend door vast te houden aan
· de üctie dat op een aanslag, al is die nog zoo strijdig met
recht en billijkheid, al wordt die door het gezond verstand
nog zoo veroordeeld, niet kan worden teruggekomen. Vol-
komen consequent met zich zelve zou zg echter gehan-
V deld hebben door een herziening van den aanslag te gelas-
ten, want zg heeft zelve bg gelegenheid van een kwestie
; over verponding erkend dat "de aanslag bg Regeeringsbe­
` nsluit geschied na doleantie, wel is waar als een definitive
4 "aanslag is aan te merken, en dienovereenkomstig de be-
I nlasting wel verschuldigd is. maar dat dit niet weg neemt
ndat de Regeering tot de overtuiging komende, dat bg de
nvroegere beslissing van een minder juist beginsel werd
nuitgegaan, bevoegd is die beslissing te wijzigen". (zie bl.
405 van het Bgblad op het Staatsblad, deel XVI, afl. 4.)
En nu moge men beweren dat de handel te Samarang
den hoogen aanslag waarover hg zich te beklagen heeft
|