HomeOpen brief aan Zijne Excellentie Mr. W. baron van Goltstein, minister van koloniën te 's GravenhagePagina 23

JPEG (Deze pagina), 808.57 KB

TIFF (Deze pagina), 6.99 MB

PDF (Volledig document), 21.05 MB

..... 21 ....
uitvoering mede te werken? Dit was na al wat aan de
invoering was voorafgegaan niet te verwachten; maar had
men bü Vertegenwoordigers van het Nederlandsche Volk "
of bij de Ministers die Uwe Excellentie zgn voorafgegaan
eenig ernstig streven ontdekt om de grieven der Indische
ingezetenen met onpartädigheid te onderzoeken, dan voor-
zeker zou hier van geen gebrek aan medewerking, laat staan
van lüdelük verzet, sprake zän geweest, omdat men te recht
inziet dat tot bevordering der welvaart van Nederlandsch-
,· Indië ook de Europeesche ingezetenen meer nog dan dat
K tot nu toe reeds geschiedde kunnen büdragen, omdat men
niet vergeet dat ook in Nederland de lasten der ingeze-
tenen meer en meer worden verzwaard. Maar in plaats
van rechtvaardigheid heeft men niets dan een autocratisch
doorzetten van een voorgenomen ' plan ondervonden, en
mocht onder zulke omstandigheden geen staatsman d. w. z.
een man die werkelijk de behoeften en de eischen van
ingezetenen, al zgn ze ook verstoken van het recht van
vertegenwoordiging, kent en daaraan recht wil laten weder-
varen, verwachten dat zij bereid zouden worden gevon-
den om goedwillig mede te werken tot uitvoering van
een wet die bijna op alle mogeläke manieren tegen hunne
overtuiging indruischt. Kan Uwe Excellentie meenen dat
indien de Nederlanders in Nederland in dezelfde positie
verkeerden en belastingen moesten opbrengen, strüdig met
hun rechtsgevoel, maar opgelegd door een vreemden over-
­ heerscher, zü goedschiks tot de uitvoering daarvan zouden
medewerken? Wü kunnen het niet gelooven, en hechten
. nog te veel aan de overtuiging dat daarvoor de oude geu-
zengeest, al vertoont die niet voortdurend sporen van leven,
nog te diep in het gemoed van elken Nederlander sluimert.
Doch Uwe Excellentie beweert dat de lumdct te Samarang
met opzet den aanslag heeft bemoeilijkt, en haalt daarvoor
eenige bewüzen aan, geput uit de brieven waarmede drie
leden der Commissie hun ontslag hebben genomen. Wat
mag echter de reden zän dat Uwe Excellentie uitsluitend
gewag maakt van de oorzaken die door hen zelven in die