HomeOpen brief aan Zijne Excellentie Mr. W. baron van Goltstein, minister van koloniën te 's GravenhagePagina 12

JPEG (Deze pagina), 826.91 KB

TIFF (Deze pagina), 6.80 MB

PDF (Volledig document), 21.05 MB

I
...... 10 ....
opbrengen, want niets is in de praktük meer rekbaar gebleken
dan het begrip van overscáozf, toegepast op het finantiewe·
zen van Neêrlandsch-Indië.
Tegen dat begrip, en niet tegen eene billüke bädrage,
en noch veel minder tegen de op den burger rustende
verplichting om aan den Staat belasting op te brengen,
was dan ook het protest gericht dat door Indië’s ingezetenen
bn adres van Augustus 1874 tot Zijne Majesteit den Ko-
ning gericht werd. Men heeft in Nederland aan toon
en inhoud van dat adres aanstoot genomen, en volgens '
de verklaring van Uwe Excellentie afgelegd ter zitting van
de Tweede Kamer van 22 October is dat door een 180 tal
ambtelnke en niet­ambtelijke ingezetenen van Batavia on-
derteekend adres de voorname aanleiding, dat aan geheel
Indië, ook aan hen die aan de zaak volkomen onschuldig waren,
de meest kwellende en hatelgke belasting, die konde be-
dacht worden, is opgelegd, maar toch gelooven wij, dat de
tüd eenmaal zal aanbreken, dat ook het moederland recht
zal laten wedervaren aan de beweegredenen, die den toen-
maligen Voorzitter van het Hooggerechtshof van N.­I.,
den Heer Mr. F. Arxrme Mnns, dat adres in de pen gaven,
en die het zoowel bn de ambtelüke als bh de niet­ambtelijke
wereld alhier onverdeelde instemming hebben doen vinden.
Het gewraakte adres, en alle de daarop volgende betoo-
gen, was vóór alles een protest tegen elke onrechtmatige
beschikking van den kant van het moederland over de
middelen van Indië, en als zoodanig zal de gedane stap
mettertüd ongetwijfeld vruchten dragen, even goed als dit
het geval is geweest met den in der tijd niet minder I
scherp veroordeelde Bataviasche demonstratie van Mei 1848.
Dat aan de in ons oog billijke eischen van Indië met
betrekking tot eene definitieve regeling van de verhouding
tusschen de Nederlandsche en de Indische financiën dade-
lijk recht zou worden gedaan, en in afwachting dier re-·
geling het gewraakte belastingsplan in advies zou zün V
gehouden, is eene oplossing waarmede vvä ons, hoe on-
zaglijk veel er ook voor te zeggen viel, Schier geen o0gen~»
I
I I
I .