HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 95

JPEG (Deze pagina), 901.04 KB

TIFF (Deze pagina), 6.04 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

l
81
niemand het nut van betwijfelen zal, gaaf en eenvormig te kunnen
toepassen, is het te hopen, dat de wet de schatkistbiljetten, tot heden
l uitgegeven, ten minste onderscheide: niet meer in die van 18344 en
I in die van 1840 enz., maar in dezulken, die geacht moeten worden
een uitvloeisel te zijn van de vroegere huishouding, tot het jaar 1848,
en in dezulken, die men rekenen moet bepaaldelijk voor de behoeften
van de dienst van 1848 te zijn daargesteld, en dus in zoover het te-
, kort te zullen representeren van dat dienstjaar. Of deze laatsten dan
° in omloop zouden moeten blijven zou afhangen van de vraag, of en in
j hoeverre de wet middelen wist te vinden tot dekking van dat tekort.
ii Veel was hier nog te zeggen over de besparingen, die er misschien
j te verkrijgen zouden zijn door eene betere combinatie in de wijze van
daarstelling en uitgifte der schatkistbiljetten; doch gaan wij dit voor
’t oogenblik voorbij, als niets afdoende tot de hoofdbeginselen van finan-
ciëel beheer, waar wij ons meer uitsluitend toe bepalen moeten.
j Ieder jaar overlatende aan zijne eigen krachten, niets verkla-
al rende voor buitengewoon, wat slechts wisselende uitgaven zijn, geene
j beschikking toelatende over middelen, die niet behooren tot de inkom-
tl sten van het jaar, en de schatkist slechts ondersteunende waar ’t haar
j aan kasgeld mangelt, zal men reeds het eerste jaar wel zien, wat er
aan het financiëel evenwigt ontbreekt, en zal men een cijfer kennen,
l hetwelk bf door vermeerdering der inkomsten bf door vermindering der
j uitgaven, bf door beiden te gelijk moet worden bereikt. Is men ’t over
dat cijfer eens, dan is er een groote stap gedaan tot bekorting der
beraadslagingen tusschen de Regering en de Vertegenwoordigers, ter-
wijl de strenge orde in het beheer en de verantwoording der geldmid-
j delen ons middelerwijl op het spoor zal hebben gebragt van nog me-
nige besparing. Immers, daar schier alle handelingen van het bestuur
j zich oplossen in eene som, die te ontvangen of te betalen valt, zoo
V, verbindt zich ook schier alles aan de comptabiliteit. Goed geregeld,
verspreidt deze licht over alle takken van bestuur en leert zij het nut-
j tige van het schadelijke, het noodzakelijke van het overtollige onder-
j scheiden: want zij dringt in alles door, alles voegt zich naar hare be-
hoeften, en hare eenvoudigheid vereenvoudigt ook de administratie.
Ongelukkigerwijze is zij thans uiterst omslagtig, zoowel de wettelijke
i als de administratieve, en dit om de eenvoudige reden, dat zij geen
beginsel tot grondslag heeft, gelijk dit alles straks nader blijken zal,
gj wanneer wij de bemoeijenissen onzer Rekenkamer ter toetse brengen.
jj Loüelijk voorzeker is het doel van besparing door vereenvoudiging,
doch het vereischt in de uitvoering groote omzigtigheid en grondige
kennis; eene kwalijk begrepen vereenvoudiging werkt dikwijls geheel
tegenovergestelde uitkomsten. Eische men dns niet te veel op eens;
F duurzame besparingen, die geene keerzijde hebben, verkrijgt men eerst
Q van lieverlede door verbeterde instellingen, en weet men maar eenmaal,
wat er aan het financieel evenwigt ontbreekt, dan zal ’t ook weldra
lil blijken, of ’t langs den weg van besparing alleen, te herstellen is.
li
es
l