HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 93

JPEG (Deze pagina), 853.14 KB

TIFF (Deze pagina), 6.03 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

79
houd`e·n«, en dus de betalingen te volbrengen, kan de tusschenkomst
van den wetgever nuttig en noodzakelijk zijn, ook al weet hij dan
geene nieuwe bronnen van inkomst te openen. De schatkist moet
toch middelervvijl geholpen worden; uitstel van betaling kan zij niet
vragen, en in afwachting eener definitieve voorziening in haren toe-
stand, kan zij slechts acceptatiën afgeven op korte termijnen, hetzij
aan hare schuldeischers, hetzij aan hen, die haar de noodige voorschot-
ten doen, om te kunnen betalen. Daar echter de schatkist niet han-
delt voor eigen rekening, maar voor rekening van den Staat, kan
zij zulke acceptatiën ook weêr niet afgeven, dan op wettelijk gezag.
v Die aroeptatiën zijn de schatkistbiljetten, tot welker daarstelling de
D wet haar dan autoriseert voor een bedrag, even1·edig aan het vermoe-
delijk verschil tusschen de inkomsten (gesteld dat zij geen ander kas-
geld heeft) en de uitgaven van het dienstjaar. Uit de rekeningen zal
te zijner tijd van dat verschil blijken; het gezamenlijk beloop der cir-
culerende schatkistbiljetten zal, wanneer alles betaald is, aan dat ver-
schil gelijk zijn, en alzoo het tekort voorstellen op de diensten; de
fondsen of middelen, die de wet dan aanwijst tot dekking van het
tekort, worden alzoo gebezigd om de schatkistbiljetten weêr in te
trekken. ”
De wet, die er de uitgifte van autoriseerde, had te gelijker tijd
eene som in de begroeting gebragt om er de renten van te betalen,
doch nu mag daar niet verder over worden beschikt.
Op deze wijze stelt men de uitkomst van elke dienst in een helder
licht en vermomt men geene tekorten. Moet men de toevlugt nemen
tot eene geldleening (in vredestijd zij dit nimmer het geval), dan doet
men ’t niet in het wild en op goed geluk, zoodat er weêr ongedaehte
overschotten van blijven, tot ondersteuning van volgende diensten:
neen, men negotiëert dan tot het juiste bedrag van het benoodigde.
Voor de sommen, waarmede men gaandeweg den geldvoorraad heeft
moeten aanvullen, heeft men lage renten uitgekeerd, en alleen van
het uur, dat men er behoefte aan had voor de betalingen die er te
doen vielen.
Dit zijn de voordeelen, die de uitgifte van schatkistbiljetten biedt
boven eene dadelijke geldleening, zoo als die voor de Haarlemmer-
j [DECT.
` Niets belet ook, dat men die vlottende schuld, klimt zij niet te
hoog, nog eenigen tijd vlottende houdt, en vooreerst tot geene bui-
tengewone belasting of andere middelen de toevlugt neemt, wanneer
men van eene volgende dienst betere uitkomsten verwacht en ’t zich
laat aanzien, dat men het overschot van het loopende jaar, als ’t
door behoorlijke rekeningen is gestaafd, zal kunnen aanwijzen, om
het tekort van het vorige jaar te dekken.
Middelerwijl kunnen dan toch de schatkistbiljetten, die in omloop
zijn, op de voorgestelde wijze wel minder maar nooit meer beloopen,
dan het gezamenlijk bedrag der nog ongedekte tekorten, en altijd zelfs
Il