HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 92

JPEG (Deze pagina), 752.74 KB

TIFF (Deze pagina), 6.03 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

è"
r
in
li
li
78
j Wat kan de Gouverneur-Generaal doen volgens de nu be-
5 staande regeling?
g Het Regerings-reglement laat hem alle wegen open.
~ De wet van 23 April 1864, instede van naarvolgens hare
, roeping te Zmstemmen. wat het Regerings-reglement wel alge-
meen moest laten, en dus aan te wijzen welken weg de Land-
i voogd in dit, en welken in dat geval zou hebben in te
slaan, denkt zonder vorm van proces alle wegen zoo goed
è als te moeten afsluiten, (zie het verbod in de artt. 14 i
en 18.)
j In plaats van bevoegdheid te geven voor liet bäzondere,
g bepaalt zij zich tot verlaieden, en tracht dus eigenlijk niets
minder te bewerken dan vernietiging van eene magt, die ­-
als de wet eens wat al te lastig wierd - haar tot straf
“ eenigen tijd van haar 1** tot haar 99’ artikel op nonacti-
viteit zou kunnen stellen.
' Welk eene verblinding! Wil men beperking van magt -
men bestemme wat men algemeen liet; maar men trachte
` niet een algemeen positief door een bijzonder negatief tot
nul te herleiden ·- men zou niet de geringste waardever-
F mindering teweegbrengen: ,, Oneindig groot" min a is nog
altüd ,, Oneindig groot."
i Bestemming daarentegen beperkt, en verruimt tevens waar
zulks noodig is. Menige noodzakelijke handeling blijft thans
in de pen, omdat men sohroomt om een haverklap gebruik te
maken van de groote dommekracht in art. 23 van het Rege-
rings­reglement. Zulke werktuigen zgn dan ook te onhandel­
baar en onbehouwen, en maken te groot misbaar bij de aan-
j wending om geschikt te zün voor de dagelijksche dienst.
De bestemmingen die wij noodig vonden zijn opgenomen in fi
j de artt. 5, 6 en 7 van het ontwerp.
§ Tot nadere regtvaardiging daarvan verwijzen wij nog naar
aant. VI bladzz. 50-52; terwijl wij uit Frnvnz in zijn geheel
overnemen het volgende opstel over
i SCHATKISTBILJETTEN.
1
Alleen in het geval dat de voorraad van rijksgelden, onverschillig
fg van welken oorsprong, ontoereikend is, om de dienst gaande te

nl l