HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 90

JPEG (Deze pagina), 814.60 KB

TIFF (Deze pagina), 6.08 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

j
j
jj j
j 76 V
I
j wigt der begroeting voldoende waarde, dat gedeelte der
jj produkten niet behoefde verzonden te worden; dat daarop
alzoo geen transport naar Nederland en geene commissie-
penningen en andere onkosten in Nederland zouden behoe-
j ven te worden betaald. gelooven niet te overdrijven
j wanneer wij deze kosten gezamenlijk stellen op eene gelijke
som van f 330.000,- en dus het totaal generaal op 6 I
j EL 7 tO11.
Eindelijk zou de Indische kas door den verkoop van eene
jê grootere hoeveelheid producten eene aanzienlijk grootere in-
komst hebben dan thans aan vmduproczmten, een voordeel E
jj waarin tevens zou worden gedeeld door de Hbehoeftige chris-
tenen", ten wier behoeve, ingevolge art. 8 § bvan Staatsblad ‘
jj 1864 No. 46, één per mille van de opbrengst als belasting _
jj door de koopers _wordt betaald. j
En nu de vraag: worden al die voordeelen opgewogen door
eene evenredig hoogere opbrengst van de producten in Neder-
land? vermeenen het te moeten betwijfelen op grond V
van de lessen, die de Staathuishoudkunde uit de ondervinding Q
j van eeuwen over de geheele wereld heeft getrokken. Zij ont-
raadt eenen staat, die als handelaar optreedt, om zijne waar
elders dan op de plaats der opbrengst ter markt te brengen,
omdat hij over ’t algemeen veel afliankelijker is dan de Z
ii partikuliere handelaars, en deze veel voordeeliger al de aan
verzending en wat dies meer zij verbonden bernoeijenissen *
vermogen tot stand te brengen, dan een staat immer
jij doen kan. il
Alles bijeengenomen durven wij met gerustheid aanbevelen
te bepalen, hetgeen in art. 12, derde lid, van ons ontwerp
jl is aangegeven. Het verwondert ons slechts, dat niet reeds jj
vroeger aan dit denkbeeld uitvoering is gegeven, daar het toch J
bijna in den vorm van een bepaald voornemen schijnt te zijn j
ïj nedergelegd in art. 2 der in December 1853 met de Neder-
j landsche Handel-maatschappij gesloten overeenkomst. (Ned.
Staatsbl. 1853 No. 129, Indisch, 1854 No. 12).
jj § 2. In naauw verband met het zoo even behandelde punt
j staat de wijze van aanschaiiing van het materiëel voor de
j Indische dienst.
Wij zien geen heil in al die ontbieding uit Nederland, zoo
j
j 1
1 a