HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 86

JPEG (Deze pagina), 789.60 KB

TIFF (Deze pagina), 6.04 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

tl
Xl
72 .
l
het jaar der behoefte, eisohen ingediend aan het ministerie van
van Koloniën, en de kosten uitgetrokken op het I, hoofdstuk,
uitgaven, der genoemde begrooting . . . van het jaar .... ja,
é wij kunnen het gerust zeggen -­ van een jaar waarvoor ze
E niet bestemd zijn.
lezen hieromtrent in Aant. X op bladz. 59:
Het ministerie heeft tijd noodig om te bestellen, te verzamelen en
te verzenden. De eisehen moeten dus lang vóór het jaar der behoefte i
worden opgemaakt. Gewoonlijk vertrekken de eisehen naar Nederland fi
anderhalf jaar, eenige twee jaren ,· vóór dat jaar; voeg daarbij drie
l maanden voor de opmaking. De e1sel1 voor 1867 had alzoo dooreen jl
jj geen anderen vasten grond dan het restant (l) op ult. 1864: dit werd
jl vermeerderd en verminderd met de vermoede aankomsten en verstrek­ 4
'f kingen in 1865 en 1866; het zoodoende vermoede restant op ult. l
1866 en de in ’t begin van 1865 opgemaakte raming der behoefte »
gedurende 1867, -­ eene raming die natuurlijk er vooral voor zorgde =
niet beneden de behoefte te blijven, ­- waren de gegevens van vier
posten van te zamen ruim f 2,700,000. “
$ Die posten zijn derhalve van zeer globalen aard, - al nemen ze
door gebroken getallen (centen zelfs!) bespottelijk het air aan van het t
,j tegendeel.
ll v
l Is het dan ook geen ironie? Is het iets meer dan prul­ I
werk in de oogen van een ieder die begrip heeft van ordelijk `
beheer? En wordt, eindelijk, het denkbeeld van begroeting g
niet als een ding van minder belang op den achtergrond ge- 1
schoven, wanneer eene begroeting wordt belast met kosten die g
eene harer opvolgsters dragen moest? j
E Waarom moet het I hoofdstuk belast worden met de kosten zi
van den materieëlen ­- en niet tevens van den geldvoorraad
van Indië?
{tg Niet alleen dat het niet moet, maar het mag niet: de wet I.
van 23 April 1864 is (misschien onwillekeurig) consequent
genoeg om liet te verbieden. Zij bepaalt in art. 2: >>Het
>>eerste hoofdstuk bevat de uitgaven in Nederland te doen." 5
Jllateriëele uitgaven worden in Nederland niet voor Indië ge- 1
j daan, wel betalingen voor de aansehafïing van materieël. (,,De
j betaling is een feit buiten de begrooting." - Aant. VI bladz.
l 32). De uitgaven geschieden in Indië door de aanwijzing tot ,
fl afgifte op het magazijn.
j 1
l