HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 79

JPEG (Deze pagina), 818.00 KB

TIFF (Deze pagina), 5.98 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

65
i Ten aanzien van de overige bepalingen teekenen wij aan:
jg Ad art. 28: dat het slaat op de administratie van ’s RQ/cs
geldmiddelen, en dus niet t’huis behoort in de Indische wet.
De Minister van Koloniën stort al züne ontvangsten in ’s Rijks
ä schatkist; dat is dus R@'ks­geld dadelijk na de storting. Voor
de uitgaven, die hij ten behoeve der koloniale dienst te doen
heeft, vraagt hij credieten aan den Minister van Financiën,
ig en doet van het gebruik daarvan verantwoording aan dezen; -
J maar met de afsc/irgving in mindering der koloniale bijdragen
, heeft hij geen bemoeijenis. Deze bijdragen zijn schulden, die
i jaarlijks ontstaan, en wier bedrag eerst met de Indische re-
kening van jaar tot jaar wordt vastgesteld. Het zou anders
zijn wanneer er eene bepaalde, doorloopende schuld bestond,
waarvan alsdan zoowel door Indië als door Nederland eene
rekening-courant zou moeten worden aangehouden.
De bedoelde ,,aanwijzing" moet derhalve een voorschrift
uitmaken van de Nederlandsche comptabiliteits-wet, waarin het
departement van Koloniën ook in andere opzigten betrokken is.
F Ad art. 35: dat de redactie onduidelijk is, en daarom alleen
i den schün heeft van iets te bepalen; maar wat?
; De bedoeling is, dat ontvangsten en uitgaven steeds afzonder-
lijk moeten worden verantwoord, met andere woorden: dat
geen ontvangsten mogen strekken in mindering van uitgaven ,
noch uitgeven in mindering van ontvangsten. Dit is evenwel
fl zóó klaar uit zich zelven, dat zonder dien regel geene begroo-
ting bestaanbaar is.
Vergissen wij ons, dan moeten bekennen de termino-
logie der wet hier niet te begräpen. hebben trouwens
velen over dit artikel geraadpleegd, doch niemand gevonden
die het ons beter wist te verklaren dan wg hierboven deden.
P ,, Is onze opvatting daarentegen juist, dan zeggen wij dat het
artikel zeer deftig en geleerd klinkt, maar bepaald schadelük
:2 is, omdat het den schijn heeft van iets (wij vragen weder,
wat?) dat het niet is. Er zijn er die het geloof belijden aan
het bestaan van een afzonderlijken stijl voor wetten (,,Wetstij1").
j Uitmuntend, -· als die stijl zich van al zijne broeders onder-
; scheidt door klaarheid, d. i.: door onvatbaarheid voor meer dan
i ééne opvatting; want, als wetten onseliendbaar willen zijn,
, mogen zij geen aanleiding tot twijfel geven. Moet echter de
t« 5
ä