HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 74

JPEG (Deze pagina), 745.09 KB

TIFF (Deze pagina), 6.01 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

60
Vooreerst zonderen wij die regelen af, welke de aantooning .
noemt als nieuw, dus niet voorkomende in de wet van 23 J
April 1864. Ze zijn vervat in de volgende artikelen van het J
ontwerp:
1, 2, 3, 4, 5, 8, 9, 10, 11, 12, derde lid, 15,16,20, .
« 28, 29, eerste lid, 30, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 47, 51, ï
en 55. J
Met deze regelen wordt hoofdzakelijk beöogd: ._
d. het bepalen ­- definiëren ­- der beteekenis van speciaal in `,
administratieven zin gebezigde uitdrukkingen of woorden;
e. de schepping van een zuiver administratief kapitaal, dat van
l J de begrooting, en van hetwelk deze wederkeerig, onafhankelijk is; .
f zooveel mogelgk: aanschafjing in Indië zelf van de goederen
J voor de dienst aldaar benoodigd, en voorziening in die behoejte J
J door elke administratie voor zich;
J g. verkoop binnen Nederlandsch-Indië, van zulk een gedeelte der
J productie van den grond (bepaaldelgk in kofjij, suiker, spece-
J rijen en tin), als waarvan de opbrengst wordt berekend voor E
J de jaarlgksche dienst aldaar benoodigd te zgn;
J h. bestemming van de bevoegdheid of den werkkring der Indische 5
< administratie. Hiermede houdt verband de gedachte ophef-
J fing der bepalingen, voorkomende in de artt. 19 en 20,
eerste lid, der wet van 23 April 1864.
J Na deze afscheiding blijkt voorts met behulp der aant0o­
_ ning B:
1<‘. dat de beginselen der wet van 23 April 1864, voor
J zoover ze naar onze rneening moeten behouden blijven,
J zich bevinden in de art. 2, (al. 2 § 1), 22, 23, 24,
§ 26, 27, 31, 32, 33, 34, 44 (al. 1), 46, 49, 56, 60 {
l en 61 van het ontwerp; J
J 2o. dat van andere beginselen dier wet door het ontwerp ‘l
wordt afgeweken in deszelfs artikelen:
12 (al. 5 en 6) en 20, betreffende den verkoop van landsgoederen
in het openbaar of onderhands; Yj
17, 18 en 19, over de bevoegdheid tot het aangaan van
, dadingen en het verleenen van kwzg`tschel­
` dingen;
J 21 , over de bevoegdheid tot het afstaan van
bruikbare roerende goederen, voor ’s lands
dienst bestemd, aan derden; J
# i
E 1