HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 64

JPEG (Deze pagina), 752.65 KB

TIFF (Deze pagina), 6.01 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

4 7+**7 7WY”____ï__­ï E
!
ll

5G
8**. door den directeur van het betrokken departement van al-
gemeen bestuur in Nederlandsehälndië maandelijks een staat 3
opgemaakt, welke aanwijst de hoeveelheden en soorten van
de aan de Faetorij der Nederlandsche Handehmaatschappij
in consignatie naar Nederland afgeleverde producten, met iï
vermelding der oogsten, waaruit zr] afkomstig zijn; welke x
staat door genoemde Factorij, voor ontvangst geteekend,
ë in dubbel wordt gezonden aan den Minister van Koloniën, {E
E die daarvan een exemplaar overlegt aan de algemeene re-
kenkamer in Nederland;
j 4¤. de het 2e lid van art. 75 bedoelde jaarrekening niet F
, afgelegd.
_ Daarentegen worden de rekeningen van de genoemde
instelling aan den Minister van Koloniën, door dezen met
Z de daartoe behoorende bescheiden aan de algemeene reken-
.· kamer in Nederland medegedeeld, om, zoo als door E
hem zijn goedgekeurd, te strekken tot grondslag voor de ,_,
jg verificatie der in art. 77 bedoelde rekening, wegens het l
eerste hoofdstuk der begroeting. K
In het verslag, art. 79 bedoeld, maakt de algemeene
rekenkamer melding van hare bevinding, omtrent de alhier
bedoelde rekeningen der Nederlandsche Handebmaatschappij.
jg Aar. 98. Ongeacht de bepaling van art. 99, geschieden de `
aanzuivering en verantwoording van vorige diensten geduren­ ï
j` de het jaar 1867, op den tot dusver bestaanden voet.
De saldo’s , behoorende tot dienstjaren aan 1867 voorafgaande,
welke op 1 Januarij 1868 in ’s lands kassen voorhanden zijn, i
worden opgenomen onder de middelen voor het dienstjaar 1867
aangewezen. ä
De na 1 Januarij 1868 nog te doene ontvangsten en uit- l
gaven, de dienstjaren 1866 en vroeger betreffende, worden jj
respectievelijk onder de toevallige baten en onvoorziene uitga- ll
ven afzonderlijk verantwoord. W
Ama 99. De voorschriften dezer wet worden voor het eerst
toegepast op de begrooting van Nederlandsch-Indië voor 1867.
[ .