HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 32

JPEG (Deze pagina), 660.64 KB

TIFF (Deze pagina), 6.02 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB


`18
jaar, of van het eerste der jaren, waarvoor de begrooting X
Q dienen moet.
lj Daartoe wordt de begrooting uiterlük drie maanden van te
voren aan de Staten­Generaal aangeboden.
Il Ingeval eene begrooting niet wordt aangenomen, blüft voor
jl het jaar, of het eerste der jaren, waarvoor zij had moeten g
j dienen, van kracht de begroeting, voor het voorafgaande
jaar vastgesteld. C
Ii
VIII° HOOFDSTUK.
VAN DE UITVOERING DER BEGRUUTING. O
äï
A. INKOMSTEN EN UITGAVEN ToT DE DIENST VAN
P EEN JAAR BEHoonENDE.
O ART. 51. ’s Land s inkomsten zün, met betrekking tot de 4
dienst van een jaar, zonder uitzondering, werkeläke Icons-0nt·vcm_q­ ii
T stem ’s lands uitgaven, daarentegen, uitsluitend sc7vxr·@’teZzjlce V
aemwäzingen, als bedoeld bij art. 29, of Zastgevéozgen, als bedoeld 4
bn art. 37 § 2.
ART. 52. Tot de dienst van een jaar behooren: .
­i I. Voor de ontvcmgstenz 'O
O 1°. alle gedurende het openstaan der dienst in ’s Rijks of
’s lands kassen gestorte gelden, wegens opbrengst van:
V a. belastingen, regten, schattingen, boeten, vergoedingen jj
en dergelijken, gedurende het dienstjaar opgelegd;
b. pacht- en huurschatten, en leveringen in geld en in if
natura, ingevolge contracten, gedurende het dienstjaar
=‘ verschuldigd ; '
c. producten, gedurende het dienstjaar verkocht.
2°. alle bij § l niet genoemde ontvangsten, voor zoover zij
binnen het dienstjaar in de genoemde kassen vloeijen. ”
De teruggaven, bedoeld bij art. 38, worden afgeschre-
ven in mindering van de gelüksoortige ontvangsten van
het dienstjaar, waarin de teruggave plaats heeft.