HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 18

JPEG (Deze pagina), 749.00 KB

TIFF (Deze pagina), 6.01 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

I
I
I
I
I 4
I niet aanwezig te zullen zijn, wordt door den Gouverneur-Ge-
I neraal bij tijds aanvulling gevraagd aan den Minister van
Koloniën, die onverwijld in het te kort voorziet. '
« Daarentegen wordt door den Minister van Koloniën beschikt
over het bedrag der gelden, dat op het einde van elk jaar
I boven de genoemde som van vgfticn millioen gulden in ’s lands
i kassen aanwezig blijkt te zgn. _
I
An':. 5. In dringende gevallen, wanneer onverwachts ge-
, brek aan kasgeld ontstaat, kan de Gouverneur-Generaal, in
j overeenstemming met den Raad van Nederlandsch-Indië, over-
gaan tot de uitgifte van schatkistbilletten, mits niet langer
loopende dan één jaar, en tot geen hooger bedrag dan vol- I
strekt noodig is om in het oogenblikkelijk te kort te voorzien.
I
I Am. 6. Bh plotseling opkomende behoeften welker vervul-
ling geen uitstel gedoogt, en wanneer de in Nederlandsch- I
Indië aanwezige geldvoorraad gevaar zoude loopen daardoor
voor de gewone dienst te kort te schieten, is de Gouverneur-
Generaal bevoegd om, in overeenstemming met den Raad van
Nederlandsch-Indië, geldlecningen aan te gaan onder zoodanige I
waarborgen als naar omstandigheden meest raadzaam zullen I
worden geacht.
De aldus te ontstane schulden worden niet langer vlottende
gehouden dan volstrekt noodig is; wordende bij de vaststelling
der termijnen van aflossing te werk gegaan naar het beginsel, ,
dat de schuld moet worden verdeeld over het kleinst aantal I
jaren, dat daartoe in billnkheid kan worden aangenomen. I
In verband hiermede wordt, voor elk geval afzonderlijk, I
tevens overwogen, of, en zoo ja op welke, buitengewone mid- "
delen van inkomst jaarlpks tot bestrijding der voorgenomen
aflossing valt te rekenen.
Aar. 7. Van de handelingen, in de beide voorgaande arti-
kelen bedoeld, wordt onverwnld mededeeling gedaan aan Ons,
en vervolgens door Ons aan de Staten-Generaal.
Anrr. 8. ’s Lands goederen (ligchamelijke zaken--materiëel -)
zijn, in administratieven zin, onroerencl voor zoo ver zij, over-
I
I
I
I