HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 123

JPEG (Deze pagina), 787.92 KB

TIFF (Deze pagina), 6.10 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

l
l
109
ning van het mandaat, het volgnommer, enz., enz., al hetwelk dade-
lijk zou kunnen leiden tot de ontdekking van het bedrog, zou de
minister, die dus frauderen wilde, noodwendig den bijstand noodig
hebben van een der ambtenaren van zijn bureau van comptabiliteit;
en als de Minister van Financiën hem zijne aanvraag om crediet­ope­
ning terugzond, zou hij zorgvuldig dat stuk moeten onderscheppen,
opdat het niet in de handen viel van zijn secretaris of wie anders de
pakketten opende bij zijn departement, en op het vreemde ver-
schijnsel kon stooten van de onbekende vordering. Eindelijk zou hij
. dan nog eene valsche voldaanteekening moeten stellen op het mandaat.
Een minister, die over al zulke bezwaren kon heenstappen, zou,
wanneer bij geen minister was, slechts eene ministeriële handteekening
meer hebben na te maken, om hetzelfde te doen. Voor zulke lieden
is de Staat nooit veilig, zij mogen dan ministers zijn of niet.
Neen, de eenige, die zonder al dien omslag de schatkist zou kun-
nen berooven, is de Minister van Financiën, wanneer hij, als gezag
l hebbende over al de comptabelen, zich niet stoorde aan de duidelijke
letter van de wet, en de gelden, aan bet Rijk toebehoorende, liet
L overbrengen in zijne eigen kas. Maar hoe zou de Rekenmaker dat
, ooit kunnen beletten? De onverscbrokkenste voorstanders toch van
j het preventieve toezigt van dat collegie erkennen volmondig, ,,dat er
l_ ,,geene verordening is uit te denken, die niet volkomen illusoir is te
l ,,maken, Wanneer de ministers willen handelen tegen een wettelijk
j ,,verbod."
i
j Na zooveel schoons mogten wij met onze waar wel t’huis
j blijven, - maar wie weet? ’t kan misschien nog iets afdoen:
we komen thans aan de lessen der praktijk.
Wij willen hier nog eerst, ­- zij het ons bij wijze van kleine
l digressie veroorloofd! -- den warmen wensch uitdrukken, dat de
bovenstaande extracten mogen komen ter kennisse van onze
· Rekenkamer hier, opdat zij eens een onpartijdigen blik sla in
! eigen boezem, en gerake tot de volle bewustheid van hare
“ roeping en van de volstrekte waarde of onwaarde der mid-
delen, haar tot vervulling van die roeping gegeven. Men
` neme dit op zooals ’t er staat ­- er is niets o11der verbor-
A gen: zonder iets te willen afdoen op de bekwaamheid der
mannen, die afwisselend sedert l" Januarij 1867 de zetele11
van het magtige collegie bekleedden, geven wg onbeschroomd,
en zonder vrees voor tegenspraak van hunne zijde, uitdruk-
king aan het gevoelen: >>ce n’étaient, ce ne sont pas des
Fmvnz".
l