HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 122

JPEG (Deze pagina), 915.99 KB

TIFF (Deze pagina), 6.10 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

jy . s ­ s »~··~---~­~-­-·~·*-*__‘_*’?
E 2
108 .
j de administratie gemakshalve naar verwijst, ze nu eens allegerende en
_, dan weêr niet. Pas heeft men zulk eene vordering afgedaan, en al
l de stukken en registers weêr geborgen, of daar doet er zich weêr
eene voor, van gelijken aard, en dezelfde omslag heeft plaats op
nieuw. Dit nu behoeft het geval niet te zijn, wanneer men het on-
derzoek uitstelt tot na de betaling, want dan is er niemand die
Wacht; de stukken worden dan door den comptabele, die ze heeft be-
taald, naar behooren gesehift, soort bij soort gevoegd, en het on-
il derzoek van alle betalingen van gel1jken·aard.1ooptb1j de Itekenkamer
af in eens. In plaats van vijf en twintig duizend exceptionele reke- ·
lj? mngen, volstaat men met de gewone rekeningen der betaalmeesters;
jl en hebben die dan al zoo veel meer bijlagen, de materiële arbeid
wordt er toch zeker met negentien twintigsten door verminderd.
Ji ,,Maar” (om nog eenmaal en nu ook voor ’t laatst op dat preven-
tieve toezigt terug te komen), ,,maar,” hoort men zeggen, ,,als de
,,B.ekenkamer dan niet beletten kan, dat de ministers hunne begrootin­ I
,,gen overschrijden, dat zij zich schuldig maken aan geldverspillingen ,
jr ,,dat zij op onvoldoende bewijzen betalingen ordonneren: kortom, als
,,men het preventieve toezigt geheel moet laten varen, dan kan men
,,0ok niet beletten, dat de ministers van de gelegenheid misbruik ;
ïj, ,,maken om Csiá versie veröi.9, zich zelven te verrijken ten koste van l
,,den Lande, en wel voor meer dan er bij de strengste toepassing
,,hunner verantwoordelijkheid op hen te verhalen zal zijn; en moet de
,,schatkist dat dan maar lijden?” j
Dit echter is een argument, hetwelk behoort tot het gebied niet ·
gl van de comptabiliteits­verordeningen maar van de strafwetten; nogtans
rl lette men wel, dat wanneer een minister de schatkist (hoe komt men j
op het denkbeeld) te zijnen proiijte wilde berooven, hij daartoe inder~
daad middelen zou moeten bezigen, die hem, of zij gelnkten of niet,
altijd zouden blootstellen aan het gevaar eener criminele vervolging. 1
Voor degenen, die dat niet begrijpen, zullen we ’t nader uitleggen. ä
Men heeft gezien dat een minister geene rijksgelden zou mogen be-
handelen. Iedere ontvanger zal dus zijne overstortingen, wil hij ze
doen gelden, moeten hebben gedaan bij een betaalmeester, die even ‘
`f* als hij met zijnen borgtogt zal moeten instaan voor zijn beheer en l
,7 alzoo niet zal betalen, dan in de vormen, dat is: op mandaten, ge- «
munieerd met de bewijzen, dat er eene rijksschuld wordt gekweten,
ä naar eisch gewaarmerkt. Wat een oneerlijk minister ten behoeve van .
zich zelven wilde laten betalen, zou dus eene verdichte vordering .
moeten zijn, en de bijlaag valsch; het mandaat zou een begrootings- A
jj‘ post, een dienstjaar, enz. moeten uitdrukken, of de betaalmeester
zon weêr niet betalen, want de Rekenkamer zou ’t dan evenzeer laten
voor zijne rekening; de post zou toereikend moeten zijn, of de Mi-
nister van Financiën zou er het gevraagde crediet niet op toestaan,
en dan betaalde de betaalmeester ook al niet. Om zich nu in dat
alles niet te bedreigen, zich voor fouten te wachten in de dagteeke­
i i
^:
i I
i E ,