HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 12

JPEG (Deze pagina), 747.51 KB

TIFF (Deze pagina), 5.98 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

4 Y
l`
P.
x
II, een ditto, houdende voorschriften voor het administratief beheer
§· in Nederlandscli-Indië, in verband met voormelde regelen.
III, eene ontwerp­nieuwe instructie voor de Indische Rekenkamer; en
` IV, eene ontwerp-modelbegrooting, ingerigt naar de regelen in de '
concepten I en II, en voor zoovcr noodig in hare kleinste onderdeelen
uitgewerkt.
; Wij erkennen, dat het een plan is van niet geringen omvang.
1 Nogtans zal het in de uitvoering voor ons minder bezwaarlijk zijn dan
V oppervlakkig zoude toescbijnen, aangezien wij den geheelen arbeid ,
reeds hebben afgebakend en de details gegroepeerd. Wat er 0verblijFt
js betrekkelijk weinig meer dan redactiewerk.
‘ Doch dat weinige ware altijd nog veel te veel, als het plan zelf
mogt blijken een vicieusen grondslag te hebben.
Het geheel, zooals wij ’t zouden wenschen in werking te zien, is
een zuiver stelsel, zich bewegende uit kracht van één (centraal- of
hoofd-) beginsel -­­ ZUINIGHEID -, welks vertakkingen al de deelen
l doorstroomen en kleuren. Een decl gegeven zijnde, zal men de waarde
1 van het geheel kunnen bepalen.
Z Daarom zou alles wat wij thans meer gaven dan een voltooid stuk van
ons werk gevaar loopen verspilling van tijd en moeite te zijn geweest.
; Er is nog eene andere reden, waarom wij voorshands niet verder gaan.
In In vertrouwen gezegd ­­-­ wij zijn niet gefortuneerd, au contraire ­­
[ en onze uitgever drukt niet voor liefhebberij. Er moeten kosten ge-
maakt worden, en hoe grooter het werk, hoe meer de kosten, hoe
aanzienlijker dus ook het mogelijke verlies.
i Uitgever en schrijver, dit bedenkende, zijn overeengekomen, dat zij
pi met een gedeelte zouden beginnen, en het voortzetten of staken van
het werk afhankelijk maken van de omstandigheid, of het blijken zou
eenige ­­­­ of in het geheel geen ­­­ sympathie op te wekken.
3 Gij ziet, geachte lezer, ,,wij winden er geen doekjes om."
De keuze van het proefstuk was natuurlijk aan ons.
Het omvat de eerste helft (60/teer) van het ontwerp, genoemd ouder ’
I hiervoren, en is gevolgd:
le, door de wet van 23 April 1864,
2e, door twee vergelijkende aantooningen, A en B, van hetgeen
aan het ontwerp en de wet gemeen, of van een van beide strikken
r aan het andere vreemd is,
3c, door eene toelichting of, zoo men wil, eene verdediging van
ons ontwerp.
i Ziedaar den inhoud van het tegenwoordige werkje.
r