HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 118

JPEG (Deze pagina), 901.85 KB

TIFF (Deze pagina), 6.11 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

j l . . ­ I. I,. A . nl
r· 104
de Rekenkamer, ten behoeve van de Wetgevende Magt, uit de schrif-
turen der rijkscomptabelen al de kennis en de wetenschap put, die
noodig is, om licht te verspreiden over de handelingen der ministers;
’l, moet zij die handelingen ook nog besturen? Zij kan het niet: zij
kan zoo min haren invloed hebben op den gang der comptabiliteit,
als de barometer op de weêrgesteldheid, nimmer zal zij de adminis-
aj tratie, maar altijd zal de administratie haar beheerschen. I
Doch het preventieve toezigt is een stelsel zonder eenheid en dus geen stelsel.
il .
Het is reeds gezegd: wat de Rekenkamer niet verevenen wil kan ty
de minister toch betalen; ja, wat meer is, de wet eischt, dat er de j
Kamer toe medewcrke, en is er dan langs dien weg eene onwettige j
gg uitgaaf geschied, de vraag hoe de zaak aan een einde moet komen 1
i li laat de wet onheslist. ,
Dat het toezigt der Algemeene Rekenkamer geen enkele verkeerheid
jt van de administratie kan verhoeden of beletten, en dat hare tegen-
woordige Instructie, die dat niettemin van haar eischt, zich een on- ;
bereikbaar doel voorstelt, behoeft nu geen verder betoog. Doch wat
wij daar even zeiden van der Kamer medewerking tot onwettige uit- j
lj, gaven, bewijst nog bovendien, dat haar toezigt verderfelijk is, en i
étt dat is ’t in menig opzigt. _
Staan wij ook hier eenige oogenblikken bij stil.
Eigenlijk, maken de uitgaven, die aan het voorafgaand on-
derzoek van de Rekenkamer, haar onderzoek vóór de betaling, worden E
jg onderworpen, slechts een klein gedeelte uit van de staatsrbegrooting;
in den regel zijn het aannemingspenningen wegens werken en leverin­
tij gen, reiskosten en andere wel zeer uiteenloopende, maar toch geenszins
de aanzienlijkste uitgaven, waar men dien zoogenaamden veiligheids- Q
maatregel op toepast. ­-Met de renten van de nationale schuld; met
{ de kosten van de land- en van de zeemavt begrijpt men wel, is dat
lis!. · -­ .-,°°· . . E
pj- niet mo ehk; men kan o de vordering van iederen rentheffer, op de i
soldij vänliederen soldaalt of schepeling, eer men ze betaalt, het 5
F goedvinden niet gaan vragen van de Rekenkamer. Waar zou dat heen?
Deze en vele andere uitgaven, wel zeven achtste gedeelten uitmakende I
van de algemeene staats­begrooting, kunnen eerst ná de betaling bij
E t de Rekenkamer worden onderzocht.
Men vreesde derhalve, dat er langs dien weg wel eens meer
uit de schatkist kon worden betaald, dan de wet had toegestaan, en H
ii, daar men voor dat meerdere de ministers niet aansprakelijk wilde
jl stellen, zoo ’t scheen, hetgeen anders veel eenvoudiger zou zijn ge- j
j, weest, moest alweêr aan de Rekenkamer de zorg worden opgedragen ,
l om daartegen te waken, even alsof ’t wat helpen kon, dat men de j
betaling tegenhield, als er eene schuld bestond ten laste van het Rijk. 2
g Hoe ’t zij, het 28e artikel harer Instructie bepaalt alzoo, dat de bc- I?
talingen, die de Kamer niet vooraf kan onderzoeken, geschieden zul-
len uit credieten, die men dan niet opent dan met hare voorkennis. l
» Q {
;" t
rl L