HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 117

JPEG (Deze pagina), 867.07 KB

TIFF (Deze pagina), 6.10 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

{[-03
ling, hoe meer hoe liever; het straks gekozen voorbeeld ~eener vorde-
ring, voortspruitende uit de onderteekening van een contract zonder
meer, mogt anders zonderling schijnen: wat was daaraan te onderzoe-
ken? zou men zeggen; genoeg, de Rekenkamer ziet daar nut in.
Doch er zijn departementen van algemeen bestuur, die het anders
begrijpen, en weinig of niets ter voorafgaande verevening zenden,
maar alles laten betalen uit crediet-opening. Als dan die betalingen
V geschied zijn, worden de stukken bij de Rekenkamer overgebragt door
_ L de betaalmeesters, en dan pas vraagt er de minister de regularisatie
, j van aan, dat is de boeking ten laste van de begroeting. Dit noemt
i men eene latere verevening, anders gezegd, de verevening na de be-
taling, in tegenoverstelling van de voorafgaande verevening of de ver-
, evening vóór de betaling.
Hoe ’t zij, of de Rekenkamer de uitgaven verevcnt vóór de betaling
of na de betaling, zooveel is zeker, dat haar toezigt niets vermag
E tegen het aannemen van vorderingen op onvoldoende bewijsstukken;
C immers, dat de vraag, wat zij voor een deugdelijk bewijs heeft te
3 houden, altijd zal afhangen van hetgeen de administratie zal goedvin-
den bij de contracten te bepalen of ook wel voor te schrijven bij alge-
1 meen werkende reglementen, waar de contracten dan naar verwijzen.
j Daarenboven, hij, die de autoriteiten of de ambtenaren heeft aan-
, geduid, onder wier leiding of opzigt het werk of de dienst moest
1 worden verrigt, of door wie de te leveren voorwerpen in ontvang moes-
1 ten worden genomen,-liij alleen kan ook beoordeelen, of de certi-
E iicaten of bewijzen van oplevering door den bevoegden persoon of de
,- bevoegde personen zijn afgegeven.
j, En zoo volgt uit alles, dat aan den minister, die de uit-
,_ j gaaf heeft bevolen en geordend, ook de verevening moet blijven over-
gelaten van de vorderingen, daaruit ten laste van de schatkist ontstaan;
en dat het geenszins is aan de Algemeene Rekenkamer, maar wel aan
de ministers dat de wet daaromtrent regelen behoort voor te schrijven.
ic Is ’t nu, dat van die reglementaire voorschriften, gesteld dat zij
[G j anders volledig en doeltreffend zijn, in sommige gevallen -misschien
d E waar ’t welbegrepen belang van de dienst dat eischte-bij de con-
" ~ tracten als anderszins worde afgeweken, dan zal de Rekenkamer zich
G` daarover geene beslissingen aanmatigen, of door hare ontijdige tusschen-
komst den gang der administratie belemmeren, maar zij zal slechts,
in l onder bijvoeging harer aanmerkingen of bedenkingen, te zijner tijd
[L het feit vermelden, opdat alweêr de Wetgevende Magt, daartoe termen
ik i vindende, den minister ter verantwoording roepe.
i Wat men. er van moge zeggen, eene Rekenkamer kan geen gezag
m_ i hebben over de Uitvoerende Magt, zonder deze te verdringen en hare
· plaats in te nemen. De financiële administratie is als een uurwerk,
`fi " waar de wijzer (de Rekenkamer) den gang van verkondigen, maar niet
a` t drijven of regelen moet: die wijzer kan niet tevens veer of slinger
= zijn, maar heeft hij daarom minder nut? Is ’t dan niet genoeg, dat

i