HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 114

JPEG (Deze pagina), 882.25 KB

TIFF (Deze pagina), 6.11 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

jj ­ - , _ ,,_ ___i_,_____YY_,, _____ I
r
n
100
te veel uitgaf, is ’t zelfs waarschijnlijk, dat hij nog beter zou toezien
dan de Rekenkamer, die er niets bij te verliezen zou hebben.
gi Wil men van dat collegie geen overtollig werktuig van becijfering
maken, ten dienste van de ministers, dan zal deze tweede bemoeijenis
voor ’t minst even ongerijrnd zijn als de eerste.
Wat de äïtekrïnkämer hier vermag zou geen nut hebben, en is dus
if even lietzelf e as at zij niets vermag.
Of dat er uitgaven geschieden, die noodeloos zijn.
ii
Eene andere en gmvigtigcr verpligting, waar de ministers, j
uit het oogpunt hunner verantwoordelijkheid jegens de wet, op te
letten hebben, is, dat zij zich onthouden van geldverspillingen, die
dan nog altijd mogelijk blijven.
W t Het toezigt van de Rekenkamer echter vermag hier weêr niets hoe-
genaamd: het kan niet beletten, dat een minister wegens werken
lit contracteert, die noodeloos zijn; dat hij leveranciën beveelt, waar de j
il? Staat geene behoefte aan heeft; dat hij ambtenaren benoemt of de ’
benoeming van ambtenaren voordraagt, die men voor de dienst des I
dl Lands zou kunnen missen. i
Om de ministers in dat alles afhankelijk te maken van de Reken-
kamer, zou de wet dienen te bepalen, dat de schulden, ten laste
van den Staat, zoo zij waren aangegaan buiten de medewerking van
die Kamer, nietig zouden zijn. In dat geval zouden aannemers en Q
leveranciers zich wel wachten van te werken of te leveren op minis- lj
teriëel gezag alleen. i
Maar gesteld eens, nu zal de Minister van Oorlog een vestingwerk
doen aanleggen, de Minister van Marine zal een stoomschip, de Mi- ij
nister van Binnenlandsche Zaken een sluis laten bouwen, hoe veelom-
vattend zou hier de kennis niet moeten zijn van de Rekenkamer, alleen
om haar over de berekening der kosten te laten oordeelen; en dan,
j wat hielp dat nog, zoo zij niet tevens ook te onderzoeken en te be-
slissen had, of dat vestingwerk in het aangenomen systhema van defen-
sie wel te pas kwam; of dat stoomsohip wel geschikt zou zijn voor ~ï
lit; de dienst, of die sluis, naar de plaatselijke gelegenheid, wel zou be- j
antwoorden aan het doel: kortom, of al die voorgenomen uitgaven
ij! wel noodzakelijk, voor ’t minst of zij wel nuttig waren. Moest zij
ij` zich daaromtrent verlaten op den minister en de zijnen, dan liep zij
15 aan den leiband der administratie en was haar toezigt een hersenschim.
Zij zelve, of anders eene commissie uit haar midden, zou zich per-
ljl soonlijk en zoo veel noodig op de plaats zelve van alles moeten gaan
j onderrigten. De ministers zouden dan natuurlijk niet veel anders
Ye meer zijn dan praeadviserende autoriteiten. Van het gezag des Konings
zou hier weinig anders overblijven dan de magt om de ministers te
l benoemen en te ontslaan; eene magt intusschen, waarvan het doel
ij in deze omstandigheid weêr geheel zou worden gemist, ging zij niet is
j tevens gepaard met het regt tot ontbinding van de Rekenkamer, wan-
1 gn