HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 109

JPEG (Deze pagina), 653.05 KB

TIFF (Deze pagina), 6.12 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

95
de Indische dienst niet bü de aamchafjing ( dus ten laste van
het I°) maar bij het verbruik (dus ten laste van het HB hoofd-
stuk der begroeting) te verhandelen. (Vergelijk de artt. 15
tot en met 19 der ordonnancie in staatsblad 1866,No.151.)
VI.
jl UPHEFFIHG VAN HET PHEUENTIEF TUEZIGT
j DER REKENKAMER.
zgn thans genaderd aan ons laatste onderwerp, voor-
j zeker niet het minst ingrijpende.
Hetgeen we zelf ter zake te zeggen hebben, is betrekkelijk
zeer weinig: het zijn de ,, erkende autoriteiten", aan wier
stem wü hoofdzakelijk willen beproeven hier nog eens een
nagalm te geven.
,, Dat is dan maar goed ook", zou een onzer vrienden
welligt aanmerken, en teregt: het geldt een strijd tegen v00r-
oordeel, den ongeläksten kamp waarin men zich immer wagen
kan.
Onze eerste -- hier te lande meest bekende -~ autori-
teit is de schrijver van de ,,Aanteekeningen over Koloniale
j Onderwerpen".
· Te zijnen aanzien bepalen wij ons weder tot de nooclige
aanwijzingen, namelijk: naar bladz. 69 onderaan tot en met
bladz. 76, en naar bladz. 89 onderaan tot en met bladz. 91
j van No. VI dier aanteekeningen, ’t welk in ieders bezit is.
Onze tweede autoriteit is de heer Finvnz, in 1849 (het jaar
l van uitgave zijner reeds meermalen aangehaalde brochure)
lj referendaris, later lid, van de Algemeene Rekenkamer in
jl Nederland.
, ’t Zou geene overbodigheid zijn om hier het geheele He
‘ Hoofdstuk van zün werk in te lasschen; alles wat liet bevat
H is even juist en schier even toepasselijk. Doch ons bestek
J gedoogt het niet (’t zijn 44 paginas); hebben dus eene
i keuze moeten doen, hopende de beste fragmenten niet te
jj zullen overslaan.
j Terwijl den heer Finvnz laten spreken, kunnen wij,
j