HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 101

JPEG (Deze pagina), 806.34 KB

TIFF (Deze pagina), 6.04 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

S5?
binden , door het aantal en de emvatting der begreetings-
afdeelingen afhankelijk te verklaren van het aantal en den
werkkring der (volgens heerschencle bestuursvercleelingj in Indië
aanwezige algemeene administratiën. Op deze wijze wordt,
naar wij vermeenen, het gevaar van de eerstbedeelde beper-
king geneutraliseerd.
Doch, worden aantal en inhoud der afdeelingen aldus bepaald,
i dan is. ook de aanwijzing van de door ons genoemde afzon-
derlwce afdeelingen noodzakelijk.
z Uit de voornoemde § 3, ca, kan men ontwaren dat wij de
afschaffing voorstaan van de posten voor ,, Onveerziene Uitga-
ven". (Aant. X, bl. 79). Die benaming zegt niets. De wet
van 23 April 1864, (artt. 5 en 6), specifioeert nogtans. Waarom
zou de specificatie, die juiste grenzen bepaalt, niet beter zijn
dan de algemeene naam, die altijd (omdat hij onjuist is) spe-
ling laat voor ruimer opvatting dan bedoeld wordt?
§ 2. Opmaïcing. Art. 47 van het ontwerp is welligt, strikt
genomen, overbodig, - maar van inrigting, indiening en
vaststelling sprekende, kan het toch, dunkt ens, geen kwaad
om van de opmaking te gewagen, ware ’t alleen voor de logi-
sche opvolging van begrippen, en dus voor meer duidelijkheid.
De grondwet doet het trouwens ook bedektelrjk in art. 120.
§ 3. Duur. De eenige der tot dus ver volgens de wet van
23 April 1864 vastgestelde begrootingen, die betrekkelijk niet
al te laat in Indië is ontvangen geworden, is die van 1867.
Haasten ons met te zeggen dat, jaarlzjlcscïze vaststelling,
de begroeting nooit of nimmer op haar trjd hier te lande
afgekondigd kan zijn. Het oogenblik, thans bepaald voor de
aanbieding aan de Staten­Generaal, zou minstens dat van
· afkondiging in Nederlandschdndië behooren te wezen. Het
is echter wenschelijk dat de afkondiging nog vroeger gebeure.
Maar met de onuitvoerbare bepalingen in art. 8 der wet
zal men elk jaar zonder onderscheid in een deel dezer gewes-
ten korter of langer zonder begroeting zitten ­- want de
vastgestelde begroeting komt er altijd te laat, en de ,,veor-
leepige" komt er nooit vroeg genoeg. Wie in afwachting het
beheer staakte, zou niet naar de wet zijn te veroordeelen.
Voor het beheer van 1868 heeft (voor Java) gedurende i
een half jaar de begroeting van 1867 tot grondslag gestrekt;