HomeProeve eener betere regeling van het Indisch comptabiliteits-wezen. I, Nieuw ontwerp, houdende regelen voor de wijze van beheer Pagina 100

JPEG (Deze pagina), 817.88 KB

TIFF (Deze pagina), 6.04 MB

PDF (Volledig document), 85.83 MB

gg ee
Hoofdstuk VI, bestaande uit de art. 43 en 44, bevat enkel
‘ definitiën, reeds vermeld in § 2 van het onderwerp ,,Indee-
ling" (I) hierboven.
Q Hoofdstuk VH betreft achtereenvolgens de imigting, de
opmerking, den dauw en de mststelling der begroeting.
ij § 1. Lwigting. Regelen dienaangaande worden aangegeven
in de art. 45 en 46.
E - Daarvan is art. 45 § l eene zamenvatting van art. 3, eerste i
lid, en art. 7 der met van 23 April 1864. Reeds dadelijk
daarna laat de wet het denkbeeld van eene uniforme indeeling ,
der stukken inkomsten en uitycwen los, naar ons oordeel zonder
j de minste noodzaak en ten koste van klaarheid van voorstelling.
Onze splitsing beoogt eenheid tot in de kleinste onderdeelen,
ii dus ook voor de raming der inkomsten eene indeeling in erfdee-
j Zingen, ondemfcleelingen en cw·ti/Kelen, ,, zooveel mogelijk in
overeenstemming met de overeenkomstige deelen der begroeting
van uitgaven," (art. 49 § cr). Met opzigt tot de vaststelling
men hier indachtig, dat zij alleen irnperatief kan zijn wat
de uitgaven betreft, maar, wat de inkomsten aangaat, op niets
,§ anders nederkomt dan de verklaring, dat door de betrokken
;i magt wordt vertrouwd dat minstens zóóveel zal ontvangen
worden als geraamd is, - dat met het toestaan van fondsen
voor het doen van uitgaven op die ontvangsten wordt gere-
jj kend. Dit is trouwens evenzeer van toepassing op de tegen-
is woordige wijze van splitsing van Hoofdstuk IenH, Middelen.
Andere bijzonderheden levert art. 45 in de §§2 en 3, ci.
Het gaat niet wel, met betrekking tot de indeeling der
begroeting te spreken van takken of departementen van alge-
meen bestuur; van de eersten, omdat het woord mk zooveel
jg en weinig kan bevatten als men wil, van de laatsten, omdat
j" het aantal er van bepaald wordt door den Koning (Regerings-
E reglement art. 64). Aant. VI bladzz. 35-36.
Hoe men ’t echter beproeve te voorkomen, altijd zal bij
vaststelling der begroeting door de wetgevende magt - ten
ware zij zich tot de eindczjfers voor inkomsten en uitgaven
bepaalde, wat gelijk zou staan met niet­vaststelling - eenige
beperking aan de bedoelde Koninklijke bevoegdheid worden
gesteld. .
. Men kan nogtans omgekeerd de begroetingswetten evenzeer
l
i