HomeDe Indische spoorweg-conventiePagina 7

JPEG (Deze pagina), 654.13 KB

TIFF (Deze pagina), 5.95 MB

PDF (Volledig document), 11.00 MB

'
l
r
i
L 5
i andering van naam is het dezelfde geschiedenis van alle onze
gesubsidieerde of geguarandeerde maatschappijen. Niet minder
j dan drie kwart van het kapitaal werd genomen door eene andere
j maatschappij, wier beschikbaar kapitaal dergelijke deelneming vol-
t strekt niet toeliet. Commissarissen noch van de eene noch van de
andere maatschappij schijnen hierin bezwaar te hebben gevonden.
De deelneming was intusschen die van een speculantin aandeelen,
zonder daarvoor het geld te bezitten.
Ook de Regering maakte geen bezwaar, ja onze Regering
achtte het misschien niet eens noodig naar de kapitaalvorming
onderzoek te doen. Onze regering spant de paarden achter den
wagen. Men verleent eerst concessie met subsidie of guarantie
en laat die door de kamers goedkeuren. Dan moet volgens de con-
" cessie eene maatschappij geformeerd worden, maar of de deelne-
H ming voor het volle kapitaal klaar komt, serieus of1‘ictiefis,daar
bemoeit zich de Regering verder niet mede. In geen ander be-
schaafd land wordt aldus gehandeld. Nergens wordt guarantie of
subsidie of zelfs definitief concessie verleend, dan na aanwijzing
van serieus kapitaal en goedkeurig der kapitaalvorming. Meer-
malen, maar vooral in 1864 bij de interpellatiën der Kanaalmaat-
schappij, heb ik er op aangedrongen hieraan een einde te maken
j en bij eene wet op de concessien regels te stellen. De heer Thor-
{ becke diende hierop wel eene wet op de coneessieverleening in,
E maar deze bevatte weinig meer dan eene bestendiging der tot dus
ver gevolge praktijk en liet het meest aan den minister ter beschik-
king over. Bij zijne aftreding was deze wet buiten behandeling
gebleven. De heer Heemskerk achtte in het geheel geen wet op
_ de concessien noodig. En nu heeft onlangs een kamerlid zeer
juist opgemerkt, dat er geen grooter ongeluk voor het land is
j dan overeenstemming van de heeren Thorbecke en Heemskerk
j ten aanzien van het Binnenlandsch Bestuur 1). Vaar deze het
eens zijn, heerscht doodstilte, omdat met enkele uitzonderingen
de kamerleden en ook de groote bladen de impulsie der politieke
v Hoofden volgen, onze eerste kamer geen initiatief neemt maar
l . ____
1) Werkelijk heeft men sedert 1866 geen woord meer over eene con-
cessiewet gehoord.