HomeDe Indische spoorweg-conventiePagina 15

JPEG (Deze pagina), 663.54 KB

TIFF (Deze pagina), 5.98 MB

PDF (Volledig document), 11.00 MB

L 13
ti millioen geen enkel verlof, geen enkele beperking, geen enkele
waarborg.
De Maatsehappü kan de elf millioen gebruiken voor wat zij
goedvindt. Niets belet haar om de geheele elf millioen te ge-
1 bruiken voor den weg Samarang-Djokjokarta. Zelfs schijnt zij
daartoe verpligt, want de geheele guarantie is verbonden aan dien
weg en aan die concessie. ls die weg klaar, dan heeft de Rege-
1 ring niets te zeggen. Zij kan alleen de concessie Batavia-Buiten-
zorg over vier jaren vervallen verklaren. De ,,aanvaarding" der
l concessie Batavia­Buitenzorg zal dan alleen de locomotief geweest
zijn om elf millioen te krijgen voor de concessie Samarang.
4 Wij achten op deze gronden de regeling, zoo als zij daar ligt,
_ Iinantiëel niet aannemelijk.
De groote fout ligt hierin, dat men aan de zaak in de overeen-
komst de valsche voorstelling geeft van renteguarantie, terwijl het
tevens is kapitaalguarantie; dat men heeft voortgebouwd op de
concessie van 1863, die geen kapitaalguarantie kent, maar zeer
goed regelt de renteguarantie ,, over het kapitaal gebezigd tot het
aankoopen der gronden, het aanleggen van den weg, het mate-
riëel enz."; dat men niet heeft ingezien, dat men te doen heeft
i met eene naamlooze maatschappij, waarvan het Bestuur in handen
.i is van den grootsten speculant 1), en dat, al benoemt men hon-
derd rijks­c0mmissarissen, en al bewaart men de elf millioen zelf,
l __._.
1) De geschiedenis der Exploitatie­maatscl1appij levert eene bijzonderheid,
j ` voor de beoordeeling van dit ontwerp niet zonder gewigt. Den dag vóór
V, de laatste Algemeene Vergadering, waarin het nieuwe Bestuur zou gekozen
,i worden, kwam een Buitenlandsch aandeelhouder aan, die de meerderheid
van de presente aandeelen bezat. Hij had een lijst of nominatie van Be-
stuurders medegebragt. Het is der Commissie uit de Aandeelhouders, waar-
j van ik de eer had of heb lid te zijn, gelukt met hem in overleg te treden
en veranderingen te brengen in zijne naamlijst, op deze wijze, dat ieder lid
* der Commissie een paar leden voor den Raad van Bestuur zou opgeven.
_ De Heer Storm van ’s Gravesande weet wie ik heb aangewezen. Zonder
deze genadige concessie van den Buitenlandschen houder kon het geheele
Bestuur door ééne stemming vervangen zijn. De bepaling dat het gedeeltelijk
uit Nederlanders moet bestaan, beteekent niets, want ook in Nederland zijn
stroomannen genoeg te vinden.