HomeDe Indische spoorweg-conventiePagina 14

JPEG (Deze pagina), 750.14 KB

TIFF (Deze pagina), 5.98 MB

PDF (Volledig document), 11.00 MB

12 L
i schijnsel, nu bij een derde maatschappij waargenomen, dat de
j maatschappijen hare zaken beginnen zonder het geheele benoodigde i
` kapitaal bijeen te hebben, en uit vreeze dat wanneer men het eene r
l jaar de eerste serie van eene leening uitgeeft, het gebeuren kan
dat men het volgende jaar de volgende serie niet kan plaatsen. f
g De Heer van Bosse zag voorbij, dat de moeijelijkheid der drie
maatschappijen niet was, dat er geen geld was te vinden, maar
E dat zij geen gnarautie konden geven. De Kanaalmaatschappij
j kon geen geld krijgen omdat zij geen onderpand had. De ex-
H ploitatiemaatsehappij kon haar zes millioen niet plaatsen omdat
ze niet waren geguarandeerd, en deze Maatschappij kon hare
obligatiën (de mysterieuse geschiedenis der 2 millioen bewijst het)
niet slijten omdat de guarantie niet goed, niet onvoorwaardelijk i
was. Onder onvoorwaardelijke guarantie van den Nederlandschen .
Staat is altijd twee of drie millioen, of elf millioen te vinden.
En wanneer noodlottige of politieke gebeurtenissen plaats grepen,
die het crediet van den Nederlandschen Staat zouden treffen, zou
ook het in bcleening en prolongatie liggende onderpand niet on-
beschadigd zijn gebleven.
De plaatsing van elf millioen in eens is dus onnoodig. Dit ij
geschiedt alleen door die Rijken als Rusland, die anders toch {
gewone leeningen zouden sluiten. Er is zelfs in het geheel geen i
leening noodig naar het Amerikaansche systeem. Dit heeft mis- E
schien bij ons eenige moeijelijkheid omdat wij geene obligatiën
of certificaten zelf uitgeven. Maar wordt het voor onzen Staat
geen tijd, het voordeel van couponverjaring en stukkenverlies zelf
te genieten, en ten minste voor nieuwe inschrijvingen staats-
obligatiën uit te geven?
Tegen het gevaar om elf millioen aan deze Maatschappij toe te
vertrouwen, zijn geen hnismiddeltjes bestand. De opbrengst der . j
leening is eigendom van de Maatschappij. Haar bestuur heeft het
l nergens beperkte regt van beheer en beschikking. Men is op dit
punt niet zeer consequent. Men bepaalt in onze concessiën dat
j geene storting mag uitgeschreven worden zonder verlof der rege- f
ring. Dit is ee11 waarborg, dat het geld voor het werk regelmatig `
naar gelang der behoefte gebruikt en niet misbruikt worde. Maar
voor het geld van den Staat (staatsobligo is staatsgeld), voor elf