HomeOverzigt van hetgeen met de Spoorwegen op Midden-Java is voorgevallenPagina 54

JPEG (Deze pagina), 742.32 KB

TIFF (Deze pagina), 7.55 MB

PDF (Volledig document), 40.40 MB

52
en waaromtrent op bladzijde 88 van het Over.ei_qzf verklaard
wordt, {lul van áenz els, en van niemand anders.
Alvorens deze toelichtingen te besluiten, zij het mij vergund
nog eene enkele opmerking van den schrijver te wederleggen. b
In de Verklaring [len Platen bladz. 91 trok de tweede alinea
mijne aandacht, waarin de schrijver eveneens als in de noot
op bladz. 22 van het Onerzlgl doet voorkomen, als had ik ,
hem niet begrepen, toen hij in zijnen brief aan den Gouver­
neur­Generaal van 6 September 1863 n°. 5 bewees, dat de
afstand van Tempoeran tot Deleh, van 18,000 tot 31,808 1
ellen moest verlengd worden, om gemiddelde hellingen van l
1 op 71 te verkrijgen. l
Indien de schrijver zich de moeite wil getroosten, mijne
aanteekeningen op dien brief nog eens op te slaan, zal hij I
ontwaren, dat ik zijne berekeningen wel begrepen en niet j
wederlegd heb; maar dat ik er tegen op kwam, om voor
den zijtak als eisch te stellen, eene gemiddelde helling van
1 op 71, waaruit zulk eene aanzienlijke lengtevermeerdering
zoude voortvloeijen.
....--. -1- ...-.
Waiineer ik het voorafgaande zamenvattende, den stand
van het vraagstuk - aan de toekomstige ontwikkeling onzer l
Oost~Indische bezittingen zoo naauw verwant, overzie, dan
komt het mij voor, dat de heer Stieltjes, zoo hij in stede
van legenoven, naasl zijne lastgevers zich had geplaatst, door ·
de hem eigene wilskracht en gaven, veel tot de spoedige
oplossing daarvan had kunnen bijdragen. Ik meen, ook uit
belang van het land, te mogen betreuren dat de Staat van
een zoo verdienstelijk burger niet meer voordeel heeft mogen j
trekken. Aan wien hiervan de schuld zij, is eene vraag wier
beantwoording ik liever uit de lectuur der voorafgaande blad- j
zijden, dan bij wege van hier herhaalde oordeelvelling zou
wenschen opgemaakt te zien. De heer Stieltjes vinde daarin
1
1
1 1