HomeOverzigt van hetgeen met de Spoorwegen op Midden-Java is voorgevallenPagina 42

JPEG (Deze pagina), 754.12 KB

TIFF (Deze pagina), 7.80 MB

PDF (Volledig document), 40.40 MB

I
l

4«0
zegt, dat het hier besproken verband tusschen lengte, hoogte H
en krommingen door den minister geheel is uit het oog ver-
loren. Voor zoo verre die zaken door het departement va11
kolonien behooren te worden nagegaan, heeft dit ongetwijfeld
plaats gehad. Q
De minister was door de verkregen inlichtingen vrij wel
bekend met het terrein, door hetwelk de spoorweg zou loopen.
Wat aan die kennis ontbrak, werd aangevuld uit de beschei­
den van de commissie tot de vervoermiddelen. Het was vol- Q
doende gebleken, dat de hoofdlijn geen groote bezwaren zou
opleveren en zij geene aaneenschakeling van hellingen zou
hebben van 1 op 440, 1 op 50, zoo als de berglijn van den
heer Stieltjes over 65 mijlen.
Men wist dat door het bosohterrein de afstand van Sama-
rang tot Soerakarta tot een minimum kon herleid worden. ·
Men zag het onmisöme van den zijtak in, zonder zich de
daaraan verknoehte moeijelijkheden te ontvcinzen.
Het was met vertrouwen aan te nemen , dat de Staat geen j
verlies op de rente­garantie zou te duchten hebben en het
algemeen- en staatsbelang beiden gebaat zouden worden. (1)
Verder behoefde de bemoeijenis des ministers zich niet uit
te strekken. Het overige was de taak van de ingenieurs in
Indie; want hier te lande eene bepaalde rigting aan te willen
wijzen, ware ongerijmd geweest. De hoofdpunten te verbin-
den, door lijnen in de vermoedelijke strekking vallende, was
alles wat men van hier uit vorderen kon.
De heer Stieltjes doet het soms voorkomen alsof de lijnen
des ministers, het spoorwegtracé waren; zoo wordt de top
van den heuvel Telogo­Deleh op 510 el boven zee, als vast
punt in zijne berekeningen gebruikt en laat hij den spoorweg
(1) De Heer Stieltjes beweert nog altüd het tegendeel, maar de
bcrigteu uit Indië, die steeds gunstig blijven luiden, zullen weldra aan
den dag brengen wat hiervan is.