HomeOverzigt van hetgeen met de Spoorwegen op Midden-Java is voorgevallenPagina 39

JPEG (Deze pagina), 747.79 KB

TIFF (Deze pagina), 7.66 MB

PDF (Volledig document), 40.40 MB

37
vermenigvuldigen met het cijfer, aanwijzende het hoogste
punt van den weg, vermeerderd met de lengte der horizontale
dorpels, der omwegen door locale toestanden gevorderd, en
de grootere lengte die in bogten noodig is.
Een zeer ongunstig geval is, de schrijver maakt er op- Q
merkzaam op, indien van de aangenomen 26 000 ellen, de `
1 helft in de vlakte blijft en slechts 20 el klimt, terwijl de
j wederhelft, welks hoogtepunt nu 230 el bereikt, eene helling in
I regte lijn heeft van 1 op 565, die tot 1 op 1045 gebragt moet wor-
den. 1n dat geval zullen de 26 000 ellen tot 4il 000 aangroeijen.
Na den tegenstand die bij bogten overwonnen moet worden E
besproken te hebben, toont de heer Stieltjes aan, hoe de
lijn tusschen Tempoeran en Deleh eene aaneenschakeling van l
bogten zal verkrijgen van 250 ellen straal, weinig regte ge-
deelten, bijna geen waterpasse dorpels, hellingen van 1 op 440
in de regte vakken - en 1 op 50 in de krommingen en zegt:
,, Met de rluöbe/c som , die hiervoor noodig is , zal men de helling
,, niet tot 1 op 50 in de regte gedeelten terugbrengen en met
,, het dwievourl, geene hellingen van 1 op 60 verkrijgen (1)." j
Om het nadeel van korte bogten met stralen van 250 el
te doen uitkomen, wordt het gevoelen van Flachat aange- j
haald, als die ingenieur wijst op de enorme kosten van on-
derhoud van den Semmering bij bogten van 190 el en hellingen
van 1 op 40 a 1 op 50 en den raad geeft, geen kleinere
bogten dan van 300 el toe te staan en, langere regte vakken X
van 1 op 40 of zelfs 1 op 35 te verkiezen boven die l§1'011­‘ O
kelende banen.
Om de treinen tegen die sterke hellingen op te voeren ,·
worden door Flaehat aanbevolen bijzonder krachtige loco·· l
motiven , stalen spoorstaven van 82 ned. pond per el en acht
(1) Waarom 1 op GO? In den bergspoorweg van den heer Stieltjes
worden hellingen van 1 op 40, 1 op 52 weinig bezwarend genoemd;
ik begrijp niet waarom men nu in een zjjtak, waarvan de moejjelük=
heden nimmer verzwegen zijn, lmllingen vischt van 1 op 60 en 1 op 104,
1
, , W r*;`i~"' ;­·•­­I...` mm. ­­l.'T"ï`r -ï ‘"’ á