HomeOverzigt van hetgeen met de Spoorwegen op Midden-Java is voorgevallenPagina 38

JPEG (Deze pagina), 734.74 KB

TIFF (Deze pagina), 7.66 MB

PDF (Volledig document), 40.40 MB

36
minder algemeen beseft, hoe hooge tarieven, dwingen tot de
meest korte rigtingen, omdat bij eenigzints groote omwegen de
spoorwegvrachten méér zouden bedragen, dan de thans be-
taalde vracht.
Het voorbeeld waardoor dit beweren gestaafd wordt, schijnt
geheel te passen op de vroeger in Indië geconcedeerde lijn. De
boschlijn met den zijtak althans, beantwoorden aan bovengestel- I
den eisch (der meest korte rigting) , nu eens meer, dan eens
minder goed, dan de berglijn over Salatiga en Djatie­Anom, D
terwijl de vrachten aanzienlijk minder zullen zijn op dien
spoorweg, dan op den gewonen weg. Zie bijl. 1 en 11.
In het tweede hoofdstuk van het Overzégzf bespreekt de
heer Stieltjes het verband tusschen lengte, áoegle en krom-
mlrzgevz van een weg; iets, dat volgens hem, door den Minister
bij de verleende concessie geheel uit het oog verloren is.
,, Bij eene meerdere lengte," staat er, ,, die een weg boven
,, den afstand tusschen twee punten verkrijgen moet, door
,,de ongelijkheden van het terrein, hangt alles af van ole
,,else/leu [lie men s2fell."
Deze stelling wordt door voorbeelden opgehelderd, welke
uitwijzen, hoe eene doorloopende klimming tot 250 ellen over
eene lengte van 26 000 ellen, zonder tegenhellingen, ge-
scheiden in vakken door horizontale dorpels, eene gemiddelde
helling kan erlangen van 1 op 1044, terwijl bij onregelmatige
terreingolvingen moet worden afgeweken van de regte lijn
en bij eene gelijke helling van 1 op 1044 de lengte van 26 000
tot 31700 ellen zal toenemen.
Dit alles door plaat I van het geschrift aanschouwelijk ge-
maakt, geeft tot uitkomst, dat de kleinste lengte van een
j spoorweg op een hellend vlak, eel meesl gunstige geval, ge-
vonden wordt, door de helling, die men als eisch stelt, te