HomeOverzigt van hetgeen met de Spoorwegen op Midden-Java is voorgevallenPagina 24

JPEG (Deze pagina), 791.44 KB

TIFF (Deze pagina), 7.87 MB

PDF (Volledig document), 40.40 MB

1
1
1 i
22
commissie tot de vervoermiddelen van kwade trouw verden-
1 ken? ik geloof het niet.
Indien men nu te zamen vat wat verder in het vierde hoofd-
stuk van het Overzigá voorkomt, dan stuit men in § 37
en volgende tot § ll op de mededeeling van eenige feiten,
aangevuld met scherpe uitdrukkingen , die haren oorsprong
F H ontleenen nu eens, aan niet bewezen stellingen, dan weder, `
aan individuele opvattingen des schrijvers.
` . 1
Wanneer men alles wat in dat hoofdstuk te lezen staat 1
gaaf moest aannemen, zou men verpligt zijn te gelooven, .
dat de bosehspoorweg zijn ontstaan te danken had aan de ,
ontdekking der onjuiste statistiek van den ingenieur Dixon, ‘,
; en kunnen onderstellen, dat het leveren van statistieke ge-
gevens in Indië, eene evenmin zware taak is dan in de
meest ontwikkelde landen van Europa (I), dat de nu aan-
genomen bosehlijn een bergspoorweg zal worden, waarvan
de moeijelijkheden in aanleg en exploitatie die van de lijn
1= over Oenarang-Salatiga evenaren. Men zou dan in den waan f
" gebragt worden, dat al de bedenkingen die uitsluitend eigen
zijn aan de aanvankelijk geooneedeerde lijn, evenzeer toe-
passelijk zijn op de wet goedgekeurde lijn.
1
_.__.-..
er .1
(1) Als bewüs hoe moeüelijk het is van Java eene goede statistiek
te leveren, raadplege men het Aaivlrijkskumlig cn rm/is/isoli womvlcnboclr
van l’erlarLamlsc/z Indie, hoofdzakelük het artikel Padi/colt, en hetgeen
daarover in de 3de aiievering van het lïijblezl veniiieii EC0l107ll1:S[,·]UlU 1864
geschreven staat. De redacteur va11 dat tijdschrift geeft den raad,vo0r-
zigtig te zün bij redeneringen, gebouwd op de officiele statistiek van Java,
omdat die cijfers, met hoeveel zorg ook verzameld, nog steeds veel te
wensehen overlaten en veelal weinig vertrouwen verdienen. De laatste
opnamen in Cheribon en Banjoemaas hebben o. a. uitgewezen, dat 30
en 25 pCt. meer aan Sawah’s aanwezig zijn, dan bekend was. 1j
Ik zal niet als verdediger optreden van het in vele opzigten onnaauw­ jj
keurige werk van den heer Dixon, maar toch ook wijzen op de moeije- Qi
lijkheid van zulk eene taak, voor hem die onbekend is met land,
volk, taal, zeden en gebruiken, en die nieuweling is in het opsporen,
verzamelen en schiiten van allerlei opgaven.
1
1
1
1
1
1

jl
1
1
·1
ii
i
1
x