HomeNota over den aanleg van spoorwegen en kanalen op JavaPagina 7

JPEG (Deze pagina), 931.61 KB

TIFF (Deze pagina), 6.84 MB

PDF (Volledig document), 24.91 MB

e
7 .
l vallen regen en de snelle overgangen in de rivierverhangen,
» waardoor het water met verbazende snelheid naar de vlakten
toeschiet en daar inundatiën veroorzaakt, waarvan de her-
l innering (Februarjj 1861) zeker nog niet is uitgewischt. Het j
· gevolg hiervan is: het groot getal wijde bruggen, dat op Q
. Java voor beperkte stroomgebieden noodig is, en waarvan l
later eenige voorbeelden zullen worden aangehaald. Kosten j
t nu spoorwegen in de meest gemakkelijke terreinen van l
Europa, bijvoorbeeld die van Antwerpen naar den Moerdijk
T en Breda, met zéér gemakkelijke aardenbaan, bijna geene
g kunstwerken, zéér eenvoudige stations, ook die in Han- §
‘ nover enz., reeds /80000 tot f85000 per kilometer, '
terwijl in 1858 de lijnen in dergelijk terrein tusschen Am- ï
J hem, Zutphen, Kampen en van Zutphen naar Rheine ook Y
L op f85 000 tot f90 000 geraamd zijn, dan is het duidelijk,
' dat slechts bij uitzondering spoorwegen op Java voor dien prijs '
· te maken zullen zijn. ,
‘ De onzekerheid om geschikt werkvolk op het geschikte 3
l oogenblik in genoegzaam aantal te bekomen, maakt de ï
l zaak ook niet voordeeliger, terwijl ook de chinesche arbei» §
l ders voor en na moeijelijker te bekomen vallen. l
li t
· § 5. Java is een lang smal eiland, dat veelal langs de §
noordkust en ook langs een gedeelte der zuidkust in Ban-
joemaas, Bagleen, Djocjo enz., uit groote vlakten bestaat, J
· maar in `t midden zeer bergachtig is. De rivieren, die uit
l den hoogen bergrug normaal op 't noorder­ en zuiderstrand
¥ in groot getal noord- en zuidwaarts stroomen, hebben meest
· eene geringe lengte en een zeer klein stroomgebied, en toch
l hebben die rivieren aan de benedengedeelten zeer groote
· afmetingen; de verschillen tusschen hoog- en laagwater zijn
· aanzienlijk, en de aanwas van water heeft zeer spoedig plaats.
l De aangespoelde grond maakt den aanleg van stevige fmt-
‘ deringen noodzakelijk. Wil men nu spoorwegen door de
· vlakten leggen in oost- of westelijke strekking, dan moet
l een hooge, watervrije spoorwegdam worden aangelegd en
· onderhouden, die steeds aan de kans tot beschadiging is
­ blootgesteld door de hoogwaterstanden of banjers; en de
; wijdte der bruggen in de thans bestaande, op vele plaatsen
F niet watervrije wegen, moet nog vergroot worden. Ziehier
’ eenige voorbeelden van dat groote getal bruggen.
i Van Samarang (zonder de kali Samarang of het nieuwe
havenkanaal mede te rekenen) tot aan den linker Toentang·
oever bij Goeboek liggen