HomeNota over den aanleg van spoorwegen en kanalen op JavaPagina 4

JPEG (Deze pagina), 915.86 KB

TIFF (Deze pagina), 6.84 MB

PDF (Volledig document), 24.91 MB

4 l
§ De ondergeteekende zal in de volgende regelen niet
in vele bijzonderheden treden over het verband tusschen
spoorwegen op Java en de verdediging van dat eiland tegen
een westerschen vijand. Slechts in groote trekken zal hij
aantoonen van welk overwegend belang de onderlinge ver- 1
binding der verschillende havens voor de verdediging is.
Evenmin zal hij uitweiden over de vraag of staats- dan wel
: particuliere spoorwegen te verkiezen zijn. Hij zal zich voor­
namelijk bepalen tot de vraag: waar en in welke mate
aanleg van kanalen of van spoorwegen de voorkeur verdient ;
of de spoorwegen gedeeltelijk voor stoomvervoer moeten
worden ingerigt en, zoo ja, waar zulks geschieden moet,
terwijl hij voorts meer bijzonder de aandacht wenscht te
vestigen op de rigtiizg, die aan den eersten spoorweg op
Midden-Java moet gegeven worden. gaatnamelijk van de
veronderstelling uit, dat de thans geconcedeerde rigting door
geene ernstige maatschappij zal verlangd worden, zoodra
bekend is de tot heden achtergehouden uitslag van het terrein-
onderzoek , en de ware lengten, ware bossehen, het gebrek aan
water in vele der doorsneden landen, de steenachtige grond
van anderen, enz. zullen bekend zijn. Bij de ophanden ver-
nieuwde beraadslaging in de beide kamers der staten­generaal,
ter wijziging der aangenomen onuitvoerbare rigtingen, kan
het niet anders dan nuttig zijn, dat deze hoogstbelangrijke
zaak mel ernst, en naar ware gegevens behandeld worde.
· De ondergeteekende had gehoopt, ter verduidelijking zijner
voordragt, uwe vergadering te kunnen verwijzen naar de
vroeger achtergehouden bijlagen [ en HI van zijn verslag
van 6 November 1862, n° 545. Tot zijn leedwezen echter
zijn die stukken nog niet in druk verschenen. Hij neemt
daarom de vrijheid hierbij te voegen de kaart,die eerst aan
de tweede kamer is medegedeeld, maar waarop hij de bij-
gevoegde verkeerde cijfers heeft doorgehaald, en uit het
hoofd eenige juiste cijliers, den loop van eenige rivieren en
de ligging van eenige bergen heeft ingeschetst.
Aanvankelijk was het zijn voornemen zelf uwe verga-
dering bij te wonen en discussie over eenige punten uit te
· lokken. Huiselijke rampen hebben hein zulks belet en niet
toegelaten die ruimte van tijd aan het opstellen van deze
regelen te gunnen, als hg wel zou gewenscht hebben. Hij
j hoopt, na terugkomst der sectie­ingenieurs, de heeren N.
H. Henket, J. U. van Gendt J'. en C. van Doorn, en ver-
sterkt door hunne terreinkennis en geheugen, in eene latere
vergadering op dit onderwerp terug te kunnen komen. -