HomeNota over den aanleg van spoorwegen en kanalen op JavaPagina 25

JPEG (Deze pagina), 892.35 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 24.91 MB

i"”°‘ Het Sintjoyoravijn aan den mond minstens . 50 ellen `
nl Kleine bruggen en duikers totAmbarawa,gl0baal 50 »
I; De Toentang digt. bij Ambarawa ..... 50 »
Em .. Te zamen . . 510 ellen ‘
;ot j
F"` D zoodat ruim 500 ellen wijdte méér meer moet overgebrugd
lef worden, dan in de regte lijn langs Oenarang.
lt" · De ondergeteekende heeft nog slechts éénmaal iemand
m· ontmoet die dit een voordeel acht, en aan een ingenieur,
ml die eene lijn met weinig kunstwerken zocht, toevoegde:
§ « schijnt wel bang voor bruggen. »
f Dit is nu wel het geval niet, maar de ondergeteekende
;ï' ï bouwt toch niet gaarne nuttelooze bruggen. In de lijn des
S _', ministers wordt Ambarawa, dat op denzelfden Toentang·
al oever ligt als Samarang, bereikt door tweemalen die rivier
er g over te trekken, welke rivier daarenboven nog hier en daar
gt j?. verlegd zal moeten worden.
f‘°’• . _ § 20. Hiermede zal de ondergeteekende thans besluiten. ,
lk j Hij hoopt aan uwe vergadering te hebben aangeduid:
Dat de verleende concessie op de meestligtvaardige wijze
i is gegeven, met verwerping der opgaven, welke men bezat,
je met vooropstelling van verkeerde gegevens, die elken rede-
lc lijken grondslag misten; dat die concessie in die rigliug,
met die lenglen, mêt dat geld onuitvoerbaar is; dat alle
n° ij bezwaren, die men trachtte te ontwijken in de westelijke
bergrigting, in grootere mate aan den oostelijke bergweg
met zijtak kleven; en dat het, om tijdverlies voor te komen,
`° D? wenschelijk is, zoo spoedig mogelijk op die rigting terug
"· te komen, en wel, in het belang van Java, in dat van
, Nederland en in dat der aandeelhouders.
je , De ontwerpen der westelijke berglijn zijn geheel afge-
19 werkt; de zijtak van Ambarawa naar Tempoeran wordt op last
_, van den minister opgemeten; waarschijnlijk is dat werk
Et thans ook afgeloopen. Van de hoofdlijn der oostelüke berg- ”
JF ·rigting zijn ook verschillende gegevens voorhanden. Het is _
te hopen dat die gegevens, bij de wüziging der concessie j
onveramlerd zullen geraadpleegd worden, opdat niet de j
H" woorden van den minister van binnenlandsche zaken, den l
heer Thorbecke, in de zitting van den 5den December 1865 ,
bij de behandeling der spoorwegbegrooting uitgesproken, j
e toepassing vinden op zijnen ambtgenoot van koloniën:
« Het spreken vóór dat de uitkomsten der opnemingen i
‘ i
­