HomeNota over den aanleg van spoorwegen en kanalen op JavaPagina 22

JPEG (Deze pagina), 909.78 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 24.91 MB

22 j
zijtak, hebben in grootere mate alle de nadeelen, die aan ï
‘ den bergweg zijn toegeschreven. jj
§ 17. Men zal welligt hiertegen aanvoeren,dat door wijzi­
ging der lijnen van den minister die bezwaren kunnen
weggenomen worden. Gedeeltelijk is dit waar, maar dan -
moet Tempoeran als centraal punt vervallen, en de lijn uit
j Soekowatie omstreeks Saren niet naar Solo maar naar Banjak ;
j worden gerigt. In de hoofdlijn moet dan worden terugge-
i komen op des ondergeteekenden ooslcltj/te bergltjn met hel-
lingen van 1 op 60; in den zijtak moet men trachten de
hellingen te brengen tot 1 op 40 (dat is waarschijnlijk het jj
uiterste wat het terrein zal toelaten) en de tegenhellingen l
naar het binnenland tot 1 op 80. Maar dat is niet te ver- Q
krijgen dan door aanmerkelijke verlenging der lijn. De zijtak
zal dan eene aaneenschakeling van bogten worden, erger i
dan in het minst voordeelige gedeelte der berglijn. Eene I.
helling van 1 op 60 zal wel niet dan ten koste van enorme g
uitgaven, stations de retour, die elkander in menigte opvol·
gen, enz. te verkrügen zijn. Maar metdie vermeerdering van J.!
leugten vervalt de geheele fïinantiele grondslag der concessie, ;
en het geheele voorgespiegelde groote vervoer uit de berg-
streken. Dit zal, bij grooten omweg over Tempoeran of
Kedoeng­D_jati of Bepaking, voordeeliger langs den gewonen jg
weg kunnen geschieden. jj
De invloed der lwoglen op de lengte van een spoorweg is {
het ontwerp des ministers geheel over hethoofd gezien.
Het zi_j den ondergeteekende vergund, nog eenige 0ogen·
blikken uwe aandacht daarop te vestigen.
De wijze van verdeeling der helling oefent op de spoor-
weglengten een grooten invloed uit. Wil men bijvoorbeeld Q
in eene spoorweglijn geene grootere hellingen dulden dan l_
van 1 op 100 over 5000 el lengte, door dorpels van 250 jj
el lengte gescheiden, en heeft men een terrein dat over fg
26 000 ellen eeneyelükmalige klimming aanbiedt van 250
j_ ellen, dan is de directe afstand, ook bij die gegevens,voor
den spoorweg voldoende. Maar is het terrein eerst vlak over
15 000 ellen en de klimming van 250 el over de volgende VT
helft der lengte verdeeld, dan zal men met slingeringen de
I lengte aldaar niet alleen moeten brengen op de %6 000, die
jj men vroeger noodig had; maar met het oog op den meer-
l deren tegenstand in de nu menigvuldige bogten, zal men
l minder gemiddelde helling dan Tggsgg ofïgï moeten hebben.
j Voor een oogenblik, bij een gegeven kromtestraal, con-
E i
1, jg)