HomeNota over den aanleg van spoorwegen en kanalen op JavaPagina 20

JPEG (Deze pagina), 924.64 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 24.91 MB

lj X
ll

langs Sereep (dat niet bestaat; vermoedelijk is Ngesrep
g bedoeld) naar Soerakerta en Djocjokerta. iï
Deze lijn loopt, zuidwaarts van Poerwodadi, over ver-
scheidene elkander opvolgende heuvelruggen met d_jatie­
bosschen, en komt dan op een bergvlak zonder besproeijings­
water. Over 60 kilometers, tusschen Poerwodadi en Solo, gg
wonen 2 of 5 europeesche familiën en was in 1862 de pro-
ductie 24 pikols koffij, zegge lä ton. Het totaal derklimmingen
F en dalingen, welke de 5 of 6 verdeelpunten opleverden,
i was tot Djocjo ruim 600 ellen. Deze lijn is door niemand
verdedigd en kan dus verder buiten beschouwing blijven.
2. De zoogenaamde gewüzigde rigting, zijnde de meest .
oostelijke der berglünen, zooals blijkt uit des ondergeteeken- {
den brieven van den 2den Julij en den 5den Augustus,
later uit die van den 8sten December 1862 aan den gouver­ lr
neur-generaal, wien dat resultaat overigens reeds den 6den ’
Junij 1862 te Poerwodadi was medegedeeld. De gouverneur-
generaal echter noemde die lijn in zijne memorie eene vlakte-
lijn, sprak van een (niet bestaand) verdeelpunt op 95 ellen L
boven de zee, en grondde zich op de cijfers, die op de kaart
stonden. Maar ongelukkig waren die cijfers, op last van ;
züne excellentie geplaatst, geheel verkeerd.
5. Om die gewijzigde rigting, die met eene helling van
1 op 60 over 4550 ellen lengte eene berglün is,te verbete­ _ .4
ren, heeft de ondergeteekende van het Serangdal, in noord- I'
westelijke strekking eene kortere rigting over Repaking, 2
Kedoeng­Djatie en Paras naar Samarang opgezocht. Daarbij
komt nog eene tweede helling van ongeveer 1 op 60 voor
in de heuvelen beoosten liepaking en verschillende andere
van 1 op 100. Die lün is dus nog bergec/tliger. De gouver­ Q
neur­generaal heeft deze rigting zijne aandacht niet waardig __ l
gekeurd. De ondergeteekende onderzocht die met den baro- {
meter den 20sten, 21sten, 25sten en 24sten Augustus 1862, ·
en hiertoe bepaalt zich het geheele onderzoek van die lijn.
kwam daar met den ingenieur Henket terug in het begin {
van Augustus 1865, terwijl de luitenant­kolonel de Seyff, .
l tijdens de overname van het archief, aldaar kwam in het v
i begin van September. Behalve de gedetailleerde opneming A
bezuiden het Serangdal in October en November 1862, waar _
de helling van 1 op 60 onvermüdeltj/c is, heeft geen verder
onderzoek plaats gehad, en de concessionarissen kunnen j
j dus niet (zooals later door den minister beweerd is) met
volledige kennis van zaken gehandeld hebben. F
4. Om deze oostely/ce bergrigting korter te doen schijnen,