HomeNota over den aanleg van spoorwegen en kanalen op JavaPagina 15

JPEG (Deze pagina), 937.80 KB

TIFF (Deze pagina), 6.84 MB

PDF (Volledig document), 24.91 MB

H Y i wi W vi W ir { W www Y in V ir ‘li
ll
[
ï 15 .
van Solo, van Madioen en Bembang gaan veelal deze rivier
ln al`, met ijzeren of houten praauwen. Het zout uit Grissée l
BC wordt als terugvracht naar Solo vervoerd. Even als overal j
’0 op Java, is niets ter verbetering aan deze rivier gedaan.
I, Een gedeelte van bet jaar houdt de vaart op, en Wel: j
9* soms in den west­moesson (de gewone vervoertijd) door 3
H te hoog water, te fellen stroom; j
l¤ ll veelal in den oost­moesson door gebrek aan water; in
ï· September 1862 bijvoorbeeld daalde de afvoer bij Djoeroek
H tot circa 10 teerling ellen in de secunde. j
"' à Het eerste nadeel, te hooge waterstand, is bezwaarlijk i
l¤ j weg te nemen. Het spruit voort uit natuurlijke redenen, j
j zwak verhang in de lengte der rivier, sterk verval van de 1
1- e nevenliggende bergen Merapi , Zuidergebergte, Lawoe, dwars .
l€ op de rivier.
€· Maar het tweede nadeel, te weinig water in den oost-
*¤ moesson, kan voorkomen worden , door aan de rivier nieuwen
toevoer te geven. Dit nu is gebleken mogelijk te zijn.
a .
D a § 12. De prachtige Kadoe, door eene reeks van vulkanische
§, bergen, Merapi, Merbaboe, Telemojo aan de oostzijde, Telerep, l
[9 , Sendoro en Soembing aan de westzijde ingesloten en noord- l
-lï~ 4 waarts begrensd door den Oenarang en het Djamboegebergte ,
W biedt zeer vele bronnen aan, waaruit de hoofdrivieren Ello
H en Progo gevoed worden. Bij Mendoet vereenigen zich die
111 C rivieren en vormen de Beneden-Progo, die omstreeks Bligo
1 in Djocjokerta treedt. Tot digt aan hare monding blijft deze `
5 rivier, als alle die normaal op de kust staan, een ware berg- j
IC j stroom. Tusschen diepe oevers en gedeeltelijk over groote rol- ·
Bi J steenen vloeit hier eene groote watermassa ongebrui/ct naar zee. _ j
l€ ë Aan kanalisatie van zulk een bergstroom, die in de residentie S
H _ Djocjo nog ongeveer 150 ellen verval behoudt, is natuurlijk
?1` niet te denken. Maar gelukkigerwijze viel het den onderge­ j
H teekende, bij aandachtige beschouwing der hoogten op de i
l`· kaart den lsten November 1862 op, dat dit water naar de j
M Solo­rivier kan afgeleid worden. Vele later gedan-e water- _.
l· passingen hebben dit nader bevestigd, en doen zien welk
1- i groot nut met dit Progowater kan gesticht worden.
lil De Solo­rivier ontstaat uit verschillende takken, waarvan
g velen als: de Pepe, die langs Boyolali stroomt, en de Denkeng,
‘, die bij Brambanan op de grens van Djocjo vloeit, en alle
3- tusschenliggende, van den Merapi komen. Voorbij Brambanan
>1‘ vangen de Djocjosche rivieren aan, die zich naar het zuider­ Q
6 strand rigten. Brambanan, op 145 ellen boven de zee, vormt jj,
l