HomeVoorwaarden van verpachting van het recht tot het heffen van de tjoekee van het padiegewas en van de zoorgenaamde kleine middelePagina 10

JPEG (Deze pagina), 708.92 KB

TIFF (Deze pagina), 6.41 MB

PDF (Volledig document), 9.45 MB

I
E
8 2
een vijfde van den oogst worden opgebracht. Van nieuw
ontgonnen tegal­velden wordt eerst het derde jaar na de $
ontginning tjoekee geheven: het derde jaar een tweede en
later een vijfde van den oogst. i
ARTIKEL DERTIEN.
Telken jare vóór ultimo December zullen de pachters
moeten indienen een staat, kampongs gewgze ingericht,
van de gedane heffingen.
Deze opgave zal nominaal geschieden en de opbrengst
van iederen sawah­eigenaar, met bekendstelling van het
getal pettaks, een voor een worden vermeld, overeenkomstig j
het gewone model contingent boek. is
De pachters zijn verplicht om aan elken sawah eigenaar,
eene zoogenaamde girik of een schriftelük bewijs af te ·
geven, zoodra zg de heffing hebben ontvangen. i
Dat bewijs of die girik moet geschreven zün in de
maleische taal met Hollandsche letters naar een daarvan V
door den verpachter te verstrekken model.
Het nummer van dat bewijs of die girik en het daarop
vermelde, moet geheel overeenkomen met ‘het deswege
aangeteekende in het contingent boek.
ARTIKEL VEERTIEN. ,,
De pachters mogen voor het doen van herstelling aan ‘
pakhuizen, molens en andere gebouwen, hout van het land
gebruiken, mits daartoe vooraf de toestemming van den
verpachter verkregen hebbende. _
ARTIKEL VIJFTIEN.
De tjoekee of contingent padie, welke ten gesamenlüke
bedrage van 500 tjaings op de aangeduide plaatsen Bendon­
i gan, Tapost, Nangleng en Passir Bontjoy wordt geleverd,
moet afkomstig zijn van die sawahs, welke het meest nabü
die respectieve plaatsen gelegen zijn en waarvan door den
verpachter aan den betrokken pachter aantooning zal wor-
den gedaan. ~