HomeStemmen over staatkundige en maatschappelijke vraagstukkenPagina 88

JPEG (Deze pagina), 644.59 KB

TIFF (Deze pagina), 7.31 MB

PDF (Volledig document), 76.71 MB

S2 HIJVOEGING ·r0'r HET Arvrrxmr, oven mi PROCESSIëN.
inachtneming van art. 10 der wet van 10 September 1853 (Staatsblad
N°. 102).
,,Het is zoowel voor hen, die bij de zaak betrokken zijn, als voor ­
de Regeering van belang, dat de verschillende quaestiën, die in dit
onderwerp zich voordoen, door rechterlijke beslissing worden uitgemaakt.
Het is uit dien hoofde hier de plaats niet, in de behandeling van
twijfelachtige rechtsvragen te treden. Komen ze voor, de rechter beslisse
haar. Daarom wordt hier ook niet in bijzonderheden getreden omtrent
de vraag, wat als een openbare godsdienstoefening in den zin van art. ‘
167 der grondwet is aan te merken.
,,Alleen zij herinnerd dat niet iedere individueele uiting van gods-
dienstigen aard als eene openbare godsdienstoefening kan beschouwd Q,
worden, en dat voorts in de circulaire van den Minister Donker Curtius
van 7 Juli 1855, opgenomen in het Politieblaol van 1855 NO. 134 op
blad 333), daarover wenken voorkomen, die alleszins behartigings-
waardig zijn.
,,Met uitzondering van die circulaire, behooren echter alle andere
voorschriften betreH`ende het onderwerp, in dit schrijven behandeld,
als ingetrokken of vervallen te worden gerekend.
,,'l`en slotte heb ik de eer, U WelEd. Gestr. uit te noodigen in
den zin dezer aanschrijving te doen handelen, en daarvan de noodige
mededeeling te doen aan de Oiiicieren van Justitie en hulpotlicieren,
tot welk einde het noodig 'getal exemplaren hiernevens gaat.
De Minister van Justitie,
(get.) H. J. SMlDT."
ni "flv j