HomeStemmen over staatkundige en maatschappelijke vraagstukkenPagina 86

JPEG (Deze pagina), 850.70 KB

TIFF (Deze pagina), 7.28 MB

PDF (Volledig document), 76.71 MB

80 BIJVOEGING 1*01* HET ARTIKEL ovrm ms PRocEss1ëN.
,,blijkt 1°. dat zij ter plaatse waar zij werd gehouden in 1848 gebrui- n
,,kelijk was, en 2°. dat het toen bestaande gebruik tevens op wetten g
,,en reglementen steunde."" n
,,In alle gevallen, waarin het twijfelachtig is, welke de hierbedoelde d
wetten en reglementen zijn, gedrage men zich naar de uitspraak des Z
‘ rechters, en worde die daartoe, voor zooveel noodig, uitgelokt en be- d
vorderd tot in het hoogste ressort. Voor zooveel op dit punt geen li
jurisprudentie bestaat, kan en moet, op grond van de geschiedenis der li
aangehaalde Grondwetsbepalingen , een bijzonder gewicht gehecht worden ff
aan de opgaaf ten aanzien van de bedoelde ,,wetten en reglementen" l<
die door de Regeering, bij gelegenheid der Grondwets-herziening in t«
1848, aan de Staten­Generaal werd gedaan, in eene bijzondere nota, e»­·~
welke woordelijk luidt als volgt: h
(Hier volgt de bekende nota 1) b
,,In een groot getal gevallen bestaat er alzoo klaarblijkelijk een recht t·
om openbare godsdienstoefeningen buiten gebouwen en besloten plaatsen o
te houden. In al die gevallen moet dat recht niet alleen worden erkend e
en geëerbiedigd, maar zelfs gehandhaafd en zoo noodig beschermd. lc
,,Niet altijd evenwel is het bestaan van zoodanig recht genoegzaam n
aannemelijk. Waa1· het betwijfeld of ontkend moet worden, zal de vol- ti
gende gedragslijn zijn aan te nemen. l ­ a
,,Bestaat er twijfel, of eene openbare godsdienstoefeningl als geoorloofd _ g
is te beschouwen, dan worde ­- nadat te voren, zoo mogelijk, tijdig v
zij gewaarschuwd, dat dit geschieden zal - in elk geval procesverbaal · v
opgemaakt, de zaak vervolgens onderzocht en, zoo daartoe termen zün, t
verder aan de kennisneming van den bevoegden rechter onderworpen. g
Daartoe bepale men zich dan.
,,Dat die zaken van twijfelachtigen aard zich ook dikwijls kunnen z
voordoen, ontveinst de Begeering zich niet. Behalve dat twijfel zal ‘ g
rijzen naar aanleiding van de uiteenloopende beteekenis die aan ’t woord j g
godsdienstoefening gehecht kan worden, zal ook niet zelden twijfel t
kunnen ontstaan in die gevallen waar het verandering geldt van dag,
plaats en wijze van godsdienstoefening, die in den loop der tijden zijn li
aangebracht. i t
,,Is er evenwel geen twijfel mogelijk, b. v. waar de rechter reeds l
uitspraak deed, dat de godsdienstoefening in strijd is met de wet, waar 6
het eene geheele nieuwe, te voren niet of op die plaats nimmer ge- i C
houden godsdienstoeiening betreft of eene die zeer zeker in 1848 feitelijk c
__,__ï___ l
1) Zie boven blz. 11. A I
. 3 ·