HomeStemmen over staatkundige en maatschappelijke vraagstukkenPagina 80

JPEG (Deze pagina), 943.16 KB

TIFF (Deze pagina), 7.49 MB

PDF (Volledig document), 76.71 MB

WK I E
74 onze ozsrvnxmnxo.
j j Immers, had het bewind te Brussel gehoor gegeven aan de ‘
` vertoogen, Welke de Pruisische Regeering, door haren gezant,
tot haar richtte; of liever had het gevoeld hoe onredelijk en
lg onvoorziehtig het handelde, door geen enkelen maatregel te
nemen, om te verhinderen, dat zekere partij voortging, eene
j naburige groote en machtige natie te hoonen, en te belasteren;
" J dat ongestraft het aanbod zou kunnen worden herhaald, een
Xx, harer uitstekendste mannen door sluipmoord te doen vallen,
M het had veel misverstand, onrust en beroering voorkomen.
` " l Niet omdat de nota aan België van Pruisen kwam, ver-
_` , dient ze ­in zoo hooge mate onze aandacht, en blijvende be-
' langstelling; maar omdat het beginsel waarvan ze uitgaat, l
ik ij vervat in de aangehaalde woorden, gegrond is op waarheid,
j" R billijkheid en recht. A
zal Onzijdigheid dus, strikte onzijdigheid, is het waartoe die
/k,, ` wenk ons roept, onzijdigheid in woorden en daden.
l En nu reveuous à nos mouzons. Oeh ja, a nos moulons! `
t Te vreezen, dat die vreemde uitgewekenen hier veel kwaad
zullen uitrichten, zou eene dwaasheid zijn. Zich bewegende v
‘ in de zuidelijke deelen des Rijks, hebben ze weinig gelegen-
J heid proselieten te maken; en zij zijn voorzichtig genoeg, zich
Q g niet te mengen in onze Staatkundige kwestiën. Doch men moet
V al zeer weinig rnensehenkennis bezitten om het van verjaagden,
’ i r en nog minder kennis van de geschiedenis, om het van J ezuiten l'
A " te verwachten, dat zij hier in rustige rust nederzittende, niet
. met al den gloed van hunnen ziedenden haat zullen trachten,
a de bliksems der wraak over de hoofden hunner verjagers uit l" R
te slingeren; en daartoe niet alle middelen zouden aanwenden,
; die hunne slimheid weet uit te denken,‘en alle krachten in te
j spannen waarover hun invloed hen doet beschikken.
Meent men dan nog, dat het der Pruisische Regeering
" anders dan onaangenaam zijn kan, de als »«Staatsgefährlieh"
·l uitgedrevenen zoo nabij de grenzen des Rijks zich te zien
' vestigen? . . . Begrijpt men dan niet, dat, zoo onze Regeering
· toelaat, dat de vijanden in Pruisen, alhier ongestoord woclen
.. 5 en werken; dat hier de batterijen worden opgericht, waaruit
1 de te werpen projectielen zijn bestemd, om ginds te ontploffen,
` rx