HomeStemmen over staatkundige en maatschappelijke vraagstukkenPagina 76

JPEG (Deze pagina), 904.63 KB

TIFF (Deze pagina), 7.50 MB

PDF (Volledig document), 76.71 MB

V 70 onze ensrrvnimnin.
; Wat wg willen vragen, is alléén dit: heeft niet ook thans
,_ nog, afgescheiden van de militaire krachtsinspanning waartoe
j hg ons roept, de wenk van het Pruisische Gouvernement zijne
, zeer groote beduidenis? .... Ligt niet daarin tevens een
W. krachtige aandrang, om ook, terwijl de Vrede­zon schijnt
niets te verzuimen wat kan strekken tot bewaring onzer
” neutraliteit, de feiten te voorkomen, of te doen ophouden;
welke haar zouden in verdenking brengen? ....
Al is ’t waar, wat wij ten volle erkennen, dat de oorlog
de verhouding der natiën onderling grootelijks wüzigt, en het
, belang van de onzijdigheid eens naburigen Staats aanmerkelijk P
' doet stijgen; toch meenen we, dat de gestelde vragen niet l
j dan toestemmend kunnen worden beantwoord. Waar de Prui-
j sische Regeering met eene duidelijkheid, die niets te wen-
",­­ sehen overlaat, verklaart, dat zij hoogen prijs stelt op onze `
/ neutraliteit gedurende den krijg; waar zij toont zoo nauw-
‘·" keurig onze houding gade te slaan, onzen toestand te kennen,
onze krachten te meten, onze feilen op te merken, daar laat
zij geen redelijken grond over voor de veronderstelling, dat
‘ onze handelingen door haar, in de dagen van vrede, met on-
verschilligheid zouden worden aangezien. Neen, men mag
j het als boven allen twijfel vaststaande beschouwen, dat de
1 machtige nabuur onze gedragingen, ten allen tüde, met
Argusoogen bespiedt, de gesteldheid der temperatuur onzer ,,{
onzijdigheid met zorgvuldigheid waarneemt; en ook zonder ’
l’¢·ussop/zobist te wezen, mag men beweren, dat het even
H dwaas is als onvoorziehtig, te wanen, dat eene verzaking van I
de lessen der waakzaamheid, welke strenge onthouding van
; elke daad, waardoor onze neutraliteit in een twijfelachtig lieht
kon worden geplaatst, voorschrijven , niet hare zeer onaange-
name gevolgen zoude medebrengen.
W Het is hier de plaats, vooral met het oog op de zaak welke
` ons bezig houdt, »/onze gastvrijheid" jegens de uitgewekenen,
nog een ander eitaat in herinnering te brengen; doch thans
niet uit een dagblad maar uit een stuk dat den stempel draagt
van qjïcieel, een staatsstuk. De aanhaling luidt aldus: «»Geen
‘ Staat mag gedoogen, dat zijn onderdanen de binnenlandsehe , _