HomeStemmen over staatkundige en maatschappelijke vraagstukkenPagina 74

JPEG (Deze pagina), 895.45 KB

TIFF (Deze pagina), 7.42 MB

PDF (Volledig document), 76.71 MB

68 ONZE GASTVRIJHEID.
denking brengt, en steeds dreigt den band der vriendschappe-
lijke verhouding die ons hecht aan een machtigen nabuur af
te snijden.
Of hebben zü misschien gelijk, die beweren dat het verre-
· gaande pedanterie verraadt te meenen dat die_ machtige nabuur
van ons uplekje gronds" zooveel notitie neemt? die het
onzinnig noemen, te gelooven, dat Duitschland zich aan onze
onzijdigheid zoo heel veel zou laten gelegen liggen? . . . Zij die
dus spreken, mogen zich herinneren de woorden door de
Kólw. Zeizung, voor een paar jaren tot ons gericht: »«Voor
Nederlands onafhankelijkheid is slechts zijn eigen zwakte ge-
vaarlijk. Mocht Nederland in een oorlog tusschen Duitschland =Qï,
en Frankrijk zgn onzijdigheid niet krachtig kunnen verdedigen
zoodat Duitschland op de Nederlandsche grenzen niet behoor- ~
E lijk gedekt was, dan zon Duitschland in de noodzakelijkheid
·. kunnen komen, om voor zijn eigen zekerheid de Nederlanden
i te bezetten; en de Nederlanders zouden zelf de schuld dragen
_ aan dit ongeluk. Van een krachtige verdediging der neutrali-
teit is echter bij den slechten staat van het leger tot dusverre i
geen sprake; en daarom is de toestand van Nederland, ondanks
· de goede bedoelingen van Duitschland, niet zonder gevaar." L
De meening dat men hier slechts te denken zou hebben aan T
een van die stoute uitvallen, het jammerlijk product van de x
levendige fantasie eens opgewonden dagbladschrijvers, in die
dagen door sommigen voorgestaan, werd volkomen gelogen-
straft, en het getuigde dan ook van groote oppervlakkigheid
‘ en volslagen onbekendheid niet de verhouding waarin de groote
dagbladpers in Duitschland tot de Regeering staat, te durven
beweren, dat dergelijke uitingen zouden kunnen worden open- ;
baar gemaakt, indien het Bewind niet door de toelating daar- Q
van wilde doen blijken van züne instemming. Terecht begreep l
men, dat, waar een blad als de Köln. Zcizzmg zich zoo duidelijk §
‘ en krachtig uitlaat, en dat wel betreffende eene zaak zoo i t
.` teeder en gewiehtig, als de verhouding jegens, en den toe-
stand van een naburige en bevriende Mogendheid, daar mag l
worden aangenomen, dat dit orgaan van Honger, direct of
indirect, werd geinspireerd. De diepe indruk door dezen ern­ l
n
i
l
{
1 1